Judas model voor mens die demon wordt
317.4
M. Valtorta:
'"Vader, Ik voel het.
Jij wordt strenger voor Je Zoon naarmate Ik het einde nader
van deze uitboeting van Mij voor het menselijk ras.
Jouw zoetheid verwijdert Zich steeds verder van Mij,
en Jouw gelaat verschijnt streng voor Mijn geest,
die steeds dieper de diepte in wordt gedreven,
waar de mensheid, getroffen door Jouw straf,
sinds eeuwen kreunt.
Zoet was het lijden voor Mij,
zoet was de weg aan het begin van Mijn bestaan,
zoet ook toen Ik van timmermanszoon de Meester van de wereld werd,
Mezelf losrukkend van een Moeder om Jou, Vader, te geven aan de gevallen mens.
Nog steeds zoet voor Mij, vergeleken met nu, was de strijd met de Vijand,
in de Verleiding van de woestijn.
Ik ging hem aan
met de moed van een held,
met onverminderde kracht...
O! Mijn Vader!...
nu wordt Mijn kracht bezwaard
door het gebrek aan liefde
en door de kennis van veel, al te veel dingen...
Satan, Ik wist het...
zodra de verleiding voorbij was, zou hij weggaan,
en hij ging weg,
en de engelen kwamen Jouw Zoon troosten
omdat hij een mens was,
het voorwerp van de verleiding van de duivel.
Maar nu zal het niet ophouden,
zodra dit uur voorbij is waarin de Vriend lijdt,
om de vrienden die ver weg zijn gezonden,
en om de onware/onoprechte/bedrieglijke/valse vriend
die hem van dichtbij en op afstand kwaad doet.
Het zal niet ophouden.
Jouw engelen zullen Mij niet komen troosten
in dit uur en na dit uur.
Nee, de wereld zal komen.
Met al haar haat, haar spot, haar onbegrip.
Nee, hij zal komen, en steeds dichterbij,
en steeds sluwer en gluiperiger,
de oneerlijke, de verrader,
de verkochte aan Satan.
Váder!!..."
Het is werkelijk een kreet van doodsangst, van vrees, van aanroeping,
en Jezus raakt in beroering, waardoor de herinnering opkomt
aan het uur van Getsemane.
"Vader! Ik wéét het. Ik zíe het...
Terwijl Ik hier lijd en zal lijden, en Jou Mijn lijden offer
voor zijn bekering, en voor hen die uit Mijn armen zijn gerukt,
en die met doorboorde harten hun bestemming tegemoet gaan,
verkoopt hij zichzelf, om groter te worden dan Ik.
De Zoon des Mensen!
Dat ben Ik, nietwaar, de Zoon des Mensen?
Ja. Maar Ik ben niet alleen/de enige om het te zijn
De mensheid, de vruchtbare Eva, heeft haar kinderen voortgebracht,
en als Ik Abel, de Onschuldige, ben, ontbreekt ook Kaïn niet
in het nageslacht van de mensheid.
En als Ik de eerstgeborene ben,
omdat Ik ben wat de mensenzonen hadden moeten zijn, zonder smet in Jouw ogen,
dan is hij, geboren in zonde, de eerste van wat zij zijn geworden,
nadat zij van de vergiftigde vrucht hadden gegeten.
En vandaag, nóg niet voldaan...
met de weerzinwekkende en godslasterlijke verleidingen in zich
van leugen, liefdeloosheid, bloeddorst, geldzucht, hoogmoed en lust,
verduvelt hij zich/laat hij zich in met satan om...
-mens die een engel had kunnen worden-
de mens te zijn die een demon wordt...
"En Lucifer wilde als God zijn,
en werd daarom uit het Paradijs verdreven
en, veranderd in een demon, gevestigd in de Hel."'
[vgl.Jes.14:12-15]
Reacties
Een reactie posten