neef Thaddeüs heftig m.b.t. Judas Iskariot
326.2
Maria Valtorta:
'"De afgelopen dagen, hebben wij elkaar altijd begrepen
en waren we één van hart," beweert Johannes.
"Maar ja! Dat heb ik ook gemerkt.
De hele maan door, en zelfs bij momenten van opwinding,
zijn we nooit in een slecht humeur geweest...
Terwijl soms... ik weet niet waarom..."
monologeert Jakobus van Zebedeüs.
"Je weet niet waarom?...
Maar het is makkelijk te begrijpen!
Omdat wij oprecht zijn in onze bedoelingen.
Perfect, dat niet. Maar oprecht, jazeker.
En daarom aanvaarden we het goede dat iemand voorstelt,
of verwerpen het kwade dat een van ons als zodanig aanwijst,
ook al hadden we het zelf eerder niet gezien.
Waarom dus? Dat is makkelijk te zeggen!
Omdat wij acht maar één gedachte hebben:
alles zo te doen dat het Jezus vreugde brengt.
Dat is alles!" roept Thaddeüs uit.
"Ik denk dat ook de anderen er net zo over denken,"
zegt Andreas verzoenend.
"Nee... Wel Filippus, wel Bartholomeüs,
hoewel die heel oud is en heel erg Israëliet...
En ook Thomas, ook al is hij veel meer mens dan geest.
Ik zou dezen onrecht aandoen als ik hen zou beschuldigen van...
Jezus, je hebt gelijk. Vergeef me. Maar als Jij wist...
wat het voor mij betekent om Jou te zien lijden.
En door hem!
Ik ben Jouw discipel, net als alle anderen.
Maar bovendien ben ik Je neef en Je vriend,
en het vurige bloed van Alfeüs stroomt door mij.
Jezus, kijk me niet zo streng of bedroefd aan!
Jij bent het Lam en ik... de leeuw.
En geloof me, ik kan mezelf nauwelijks bedwingen
om niet met een zwaai van mijn poot het web van laster te verscheuren dat Jou omringt,
en om de schuilplaats van de ware vijand af te breken.
Ik zou graag de werkelijkheid van zijn geestelijke gelaat zien,
waaraan ik een naam geef... en misschien belaster ik hem zo;
en waaraan ik een teken zou geven,
mocht ik het zonder enige twijfel kunnen herkennen,
dat hem voorgoed de wens zou ontnemen om Jou kwaad te doen,"
zegt Thaddeüs heftig, die aan het begin van zijn betoog
onderbroken werd door een blik van Jezus.
Jakobus van Zebedeüs antwoordt:
"Je zou de helft van Israël moeten markeren!... Maar Jezus gaat toch door.
Je hebt het in deze dagen gezien, dat hij niets tegen Jezus kan doen.
Wat gaan we nu doen, Meester? Heb Jij hier al gesproken?"'
Reacties
Een reactie posten