Petrus met Simon naar Jiftaël - laat Jezus rusten
CCCXXVI
EEN TUSSENSTOP IN ACHZIB
326.1
Maria Valtorta:
'"Heer, gisteravond dacht ik...
Waarom wil Jij zo ver lopen,
om alleen maar terug te keren naar de Fenicische grens?
Laat mij gaan, met iemand anders.
Ik zal Antonio verkopen...
Het spijt me... maar nu is hij niet meer nuttig
en het zou alleen maar aandacht trekken.
En ik ga dan Filippus en Bartholomeüs tegemoet.
Ze kunnen alleen die weg nemen, en ik zal hen zeker ontmoeten.
En Je kunt er zeker van zijn dat ik niets zal zeggen.
Ik wil Jou geen pijn doen, ik...
Blijf hier rusten, met de anderen,
bespaar allen die weg naar Jiftaël...
wij zullen er sneller zijn," zegt Petrus,
terwijl ze het huis verlaten waar ze geslapen hebben.
En ze lijken minder bang
omdat ze schone kleren hebben,
en hun baarden en haar vakkundig verzorgd zijn.
"Je gedachte is goed.
Ik zal je niet tegenhouden.
Ga met wie je wilt."
"Dan met Simon! Heer, zegen ons."
Jezus omhelst hen en zegt: "Met een kus. Gaan jullie!"
Ze kijken hen na, snel afdalend naar de vlakte.
"Wat is Simon van Jona toch een goede man!
De laatste tijd waardeer ik hem meer dan ooit tevoren,"
zegt Judas Thaddeüs.
"Ik ook," zegt Matteüs.
"Nooit egoïstisch, nooit trots, nooit veeleisend."
"Hij streefde er nooit naar om de leider te zijn. Integendeel!
Hij leek wel de minste van ons, ook al behield hij zijn plaats,"
voegt Jakobus van Alfeüs eraan toe.
"Dat verbaast ons niet.
Wij kennen hem al jaren. Vurig, maar vol hart.
En zo eerlijk ook!" zegt Jakobus van Zebedeüs.
"Mijn broer is goed, ook al is hij onbeleefd.
Maar sinds hij bij Jezus is, is hij twee keer zo goed.
Ik heb een heel ander karakter, en soms werd hij boos.
Maar dat kwam omdat hij begreep dat ik onder dat karakter leed.
Voor mijn eigen bestwil, werd hij boos.
Als je dat begrijpt, kun je 't goed met hem vinden,"
zegt Andreas.'
Reacties
Een reactie posten