aanhef brief van Johannes van Endor
366.6
Maria Valtorta:
'Jezus neemt de twee brieven uit Zijn riem,
vouwt ze open en leest ze voor temidden van de aandachtige kring van elf gezichten.
"Aan Jezus van Nazareth, eer en zegen.
Aan Maria van Nazareth, zegen en vrede.
Aan onze heilige broeders, vrede en gezondheid.
Aan onze geliefde Margziam, vrede en liefde.
Tranen en een glimlach vullen mijn hart en mijn gezicht,
terwijl ik deze brief voor jullie allemaal schrijf.
Herinneringen, nostalgie, hoop en de vrede na vervulde plichten zijn in mij.
Heel het verleden dat voor mij belangrijk is, ligt voor me,
t.t.z. het verleden dat twaalf maanden geleden begon,
en een psalm van dankbaarheid aan God,
te barmhartig voor de schuldigen,
welt op uit mijn hart.
Moge Jij gezegend zijn,
en met Jou de heilige die Jou aan de wereld gaf,
en de andere moeder die ik me herinner als de vleesgeworden barmhartigheid,
en met Jou gezegend zijn Petrus, Johannes, Simon, Jakobus en Judas,
en de andere Jakobus, en Andreas en Matteüs,
en tenslotte, met de intentie hem te zegenen, liefste Margziam,
voor alles wat jullie mij hebben gegeven, vanaf het moment dat ik jullie kende
tot het moment dat ik jullie verliet! O, niet uit eigen wil!...
Moge God hen vergeven die mij van jullie hebben weggerukt!
Moge God hen vergeven.
En moge Hij mij de kracht geven om het ook te doen.
Voor nu, met Zijn hulp, samen met Hem, kan ik het.
Maar alleen, nee, kan ik het nog niet,
want de wond die zij mij hebben toegebracht,
door mij van mijn ware Leven, van Jou, Allerheiligste, weg te rukken, is te brandend.
Nog steeds te brandend, hoewel Jouw troost op mij neerdaalt
als een aanhoudende en weldadige regen..."'
Reacties
Een reactie posten