Johannes krijgt 's nachts bezoek van Jezus
366.7
Maria Valtorta:
'Jezus leest veel regels vluchtig door zonder ze luidop te lezen.
En Hij vervolgt: "'Mijn leven...'"
maar Petrus, die een brandende tak had genomen
en die omhoog hield om de Meester te helpen zien,
dicht bij Hem staande en zijn nek rekkend om mee te lezen,
zegt: "Nee, nee, zo is het niet! Waarom lees Je het niet, Meester?
Er staat meer tussen! Ik ben een domkop, maar niet zo dom dat ik niet zachtjes mee kan lezen.
Ik lees: 'Jouw beloften hebben mijn hoop overtroffen...'"
"Maar jij bent verschrikkelijk! Erger dan een jongetje!"
zegt Jezus glimlachend.
"Natuurlijk! Ik ben bijna een oude man!
Daarom ben ik ondeugender dan een kind!"
"Je zou ook voorzichtiger moeten zijn."
"Dat is goed voor vijanden. Maar hier zijn we onder vrienden.
Johannes zegt hier prachtige dingen over Jou. Ik wil ze weten.
Zodat ik me kan voorbereiden op het moment dat Je mij wegstuurt als handelswaar.
Kom op, lees het allemaal voor! Moeder, zeg jij tegen Hem dat het niet terecht is,
om ons het nieuws te geven, gesorteerd als een stel kleine visjes.
Weg! Weg! Algen, modder, kleine visjes en heerlijke vis.
Alles!... Helpen jullie me! Jullie lijken wel standbeelden!
Jullie irriteren me! En lachen!..."
Het is moeilijk om niet te lachen om Petrus' opwinding,
die heen en weer springt als een dolle hengst, zijn brandende tak schuddend,
zonder zich iets aan te trekken van de vonken die op hem neerdalen.
Jezus moet wel toegeven om hem te kalmeren
en verder te kunnen lezen.
"'Uw beloften hebben mijn verwachtingen overtroffen. O, Heilige Meester!
Toen Jij mij op die droevige winterochtend beloofde, dat Je zou komen,
om je bedroefde leerling te troosten, begreep ik de werkelijke waarde van die belofte niet.
De pijn en beperktheid van de mens onderdrukten de vermogens van mijn geest,
en die was blind in het begrijpen voor de draagwijdte van Jouw belofte.
Gezegend ben Jij, geestelijke bezoeker van mijn nachten,
die daarom geen verlatenheid en pijn zijn, zoals ik verwachtte,
maar een wachten op Jou, o, een vreugdevol ontmoeten van Jou.
De nacht, de angst van de zieken, de ballingen, de eenzamen, de schuldigen,
is voor mij, die werkelijk blij ben Jouw wil te doen en Jou te dienen,
'het wachten' geworden 'van de wijze maagden op de komst van de Bruidegom'.
Mijn arme ziel heeft zelfs nog meer.
Ze heeft de zegening de Bruid te zijn die wacht op Haar Geliefde,
die de Bruidskamer binnenkomt om haar telkens de vreugde te schenken
van de eerste ontmoeting en versterkende extase van de eenwording.
O, mijn Meester en Heer,
terwijl ik Jou zegen voor alles wat Jij mij geeft,
smeek ik Jou ook de twee andere beloften te gedenken die Je mij hebt gedaan.
De belangrijkste, voor de te zwakke man die ik ben,
is om mij niet in leven te laten tijdens het uur van Jouw pijn.
Jij kent mijn zwakheid!
Laat degene die zich uit liefde van haat heeft ontdaan, niet,
uit haat jegens de mannen die Jouw beulen zijn, opnieuw hervallen
om de doornige en brandende uniformen van haat aan te trekken.
De tweede is voor mij als Jouw arme discipel,
ook die is te zwak en te onvolmaakt in volmaaktheid:
Wees dicht bij mij, zoals Je zei, in het uur van mijn dood.
Nu ik weet dat voor Jou afstanden niet bestaan,
en zeeën, bergen, rivieren en de wil van mensen Jou niet beletten
om hen die Je liefhebben de troost van Jouw gevoelige aanwezigheid te schenken,
twijfel ik er niet langer aan, dat ik Jou bij me kan hebben, als ik sterf.
Kom, Heer Jezus! En kom snel, om mij naar de vrede te leiden.'"
Reacties
Een reactie posten