Johannes wil door verzaking Judas redden


356.6

M. Valtorta:

'Ze bereiken de stadspoorten.

En gaan allemaal tegelijk naar binnen,

omdat Jezus hen opwachtte.


Maar zodra ze de ingang passeren, beveelt Hij:

"Laat Mijn neven en Simon vooruitgaan,

en de mensen verzamelen."


"Waarom ik niet, Meester? Geef Je mij geen opdrachten meer?

Ben ik nu niet meer nodig? Je gaf mij er twee achter elkaar,

en die duurden maanden..."


"En jij klaagden daarover,

en zei dat Ik jou weg wilde jagen.

Nu klaag je omdat Ik je bij Me houd?"


Judas weet niet wat te antwoorden, en zwijgt.

Hij loopt naar voren bij Thomas, de Zeloot, Jakobus van Zebedeüs en Andreas.

Jezus stopt om Filippus, Bartholomeüs, Matteüs en Johannes te laten voorbijgaan,

alsof Hij alleen wil zijn.

Ze laten Hem doen.


Maar Johannes' liefdevolle hart,

wiens ogen vaak met tranen hadden geglitterd,

tijdens Judas' geruzie en godslasteringen,

doet de apostel zich al snel omdraaien,

net op tijd om Jezus te zien, die zich onopgemerkt waande

in het eenzame, donkere steegje, overdekt door de aaneengesloten bogen,

Zijn handen naar Zijn voorhoofd brengend in een gebaar van pijn,

knielend als iemand die zwaar lijdt.


Hij laat zijn metzgezellen in de steek, de blonde Johannes,

en keert terug naar zijn Meester: "Wat is er aan de hand, mijn Heer?

Lijd Je weer zo erg, als toen we Jou in Achzib aantroffen?

O, mijn Heer!"


"'t Is niets, Johannes, niets!

Help Mij met jouw liefde.

En zwijg tegen de anderen.

Bid voor Judas!"


"Ja, Meester.

Hij is erg miserabel, hè?

Hij is in het duister, en weet niet dat hij daar is.

Hij denkt dat hij vrede heeft gevonden...

Is dat vrede, die van hem?..."


"Hij is erg miserabel!"

zegt Jezus bedroefd.


"Wees niet zo bedroefd, Meester.

Bedenk hoeveel zondaars, verhard in de zonde, 

toch weer goed zijn geworden.

Zo zal het ook met Judas gaan.

O! Jij zult hem zeker redden!

Ik zal deze nacht in gebed doorbrengen.

Ik zal de Vader vragen om van mij iemand te maken

die alleen maar weet lief te hebben, dat is alles wat ik wil.

Ik droomde ervan mijn leven voor U te geven,

of Uw kracht door mijn werken te laten schijnen.


Nu niks meer daarvan. Ik doe afstand van alles.

Ik kies voor een nederig en gewoon leven,

en vraag de Vader om alles wat ik heb aan Judas te geven...

om hem blij te maken... en zodat hij zich tot heiligheid kan wenden...

Heer... 

ik moet Jou een paar dingen vertellen...

ik denk dat ik weet waarom Judas zo is."


"Kom vannacht.

We zullen samen bidden en praten."


"En zal de Vader naar mij luisteren?

Zal Hij mijn offer aanvaarden?"


"De Vader zal je zegenen, 

maar je zult lijden!..."


"O nee! Het is genoeg voor mij om jou gelukkig te zien...

en die Judas... en die Judas..."

"Ja, Johannes..."


10 dec.1945

Reacties

Populaire posts van deze blog

Maria Magdalena, serafijn nu, mag zalven en aanraken

Martha vertelt hoe haar zus heen en weer wordt geslingerd

de geest - in íeder mens - snakt naar de hemel