Rosa, genezen, zal worden overgedragen aan Elise
360.14
Maria Valtorta:
'"Ga daarheen, naar die rots. Daar is een veilige grot.
Rust uit en ga dan naar de priester."
"Waarom, Heer?"
De vrouw beeft van angst.
Jezus glimlacht:
"De Roos van Jericho keert terug,
die bloeit in de woestijn, en altijd leeft,
ook al lijkt ze dood.
Uw geloof heeft u genezen!"
De vrouw opent haar gewaad over haar borst,
kijkt en roept uit: "Niets meer! O Heer, mijn God!"
en ze valt met haar gezicht op de grond.
"Geef haar brood en eten!
En jij, Matteüs, geef haar een paar van je sandalen.
Ik zal haar een mantel geven.
Zodat ze, als ze is uitgerust, naar de priester kan gaan.
Geef haar ook de munt, Judas.
Voor de kosten van haar reiniging.
Wij zullen haar in Getsemane opwachten,
om haar aan Elise over te leveren.
Die heeft Mij om een dochter gevraagd."
"Nee, Heer. Ik rust niet.
Ik ga. Meteen. Meteen!"
"Ga dan naar de rivier, was u, trek de mantel aan..."
"Heer, ik geef hem aan de melaatse zuster.
Laat het mij doen, en ik zal haar naar Elise brengen.
Ik ben voor de tweede keer genezen,
omdat ik mezelf zie in haar, gelukkige!"
zegt de Zeloot.
"Laat het zo zijn zoals je wil!
Geef haar wat ze nodig heeft.
Vrouw, luister goed.
U zult zich gaan reinigen, en dan naar Bethanië gaan,
u zult Lazarus zoeken en hem zeggen dat hij bij u moet blijven,
tot Ik kom... Ga in vrede!"
"Heer! Wanneer zal ik Uw voeten kunnen kussen?"
"Snel. Ga. Maar weet... dat alleen zonde Mij doet walgen.
En vergeef uw echtgenoot, want door hem hebt u Mij gevonden!"
"Dat is waar! Ik vergeef hem! Ik ga...
O Heer!... Stop hier niet, waar ze U haten.
Onthoud dat ik uitgeput heb gelopen, een nacht lang,
om het U te komen vertellen, en dat als ik iemand anders had getroffen,
ik net zo goed gestenigd had kunnen worden als een slang."
"Ik zal dat onthouden. Ga, vrouw.
Verbrand uw jurk. Ga met haar mee, Simon.
We volgen jullie. We halen je in bij de brug!"
Reacties
Een reactie posten