Rosa van Jericho in Bethanië gearriveerd
365.13
Maria Valtorta:
'"...Je hebt geluk gehad met Johannes. Weet Je?
Gisteren kwam Tolmai met anderen en bracht brieven voor Je mee. Mijn zussen hebben ze...
Maar waar zijn Martha en Maria? Doen ze geen moeite om Jou te eren?"
Lazarus is wat lastig, zoals vele zieken.
"Wees lief... Ze zijn buiten, met Simon en Margziam.
Ik ben met hen meegekomen. En Ik heb niets nodig.
Ik zal ze nu roepen!"
En inderdaad, Hij roept hen die, slim genoeg, buiten waren gebleven.
Martha gaat weer weg en komt terug met twee rollen die ze aan Jezus geeft.
Ondertussen vertelt Maria dat de dienaar van Nicodemus zei
dat hij zijn meester vooruit zou gaan,
die met Jozef van Arimathea zou komen.
En tegelijkertijd herinnert Lazarus zich een vrouw,
"die gisteren in jouw naam is toegekomen!" zegt hij.
"Ah! Ja! Weet je wie zij is?"
"Ze heeft het ons verteld! Ze is de dochter van een rijke man uit Jericho,
die jaren geleden, toen hij jong was, naar Syrië is gegaan.
Hij noemde haar Anastasica, naar de woestijnbloem."
"Ze wilde de naam van haar man niet onthullen, daarentegen," legt Martha uit.
"Dat is ook niet nodig. Hij heeft haar verstoten, dus is ze alleen nog maar 'de discipel'...
Waar is ze?..."
"Ze slaapt, erg moe.
Ze heeft het de afgelopen dagen en nachten erg zwaar gehad.
Als Je wil, zal ik haar roepen."
"Nee. laat haar maar slapen.
Ik regel het morgen wel."'
Reacties
Een reactie posten