Anna verzoent zich met Judas' moeder - van harte
395.8
Maria Valtorta:
'"Kom, laten we Maria gaan ontmoeten!
Om haar de vredeskus te geven!..."
"Maar... Heer... ik kan niet lopen.
Mijn benen zijn opgezwollen en verlamd. Ziet U dat?
Ik sta hier, aangekleed, maar ik ben niets meer dan een blok hout..."
"Dat was u. Kom!"... en Hij steekt uitnodigend Zijn hand uit.
De vrouw, haar ogen op Hem gericht,
beweegt haar benen, strekt ze uit vanaf het bed,
zet haar blote voeten op de grond, staat op en loopt...
Ze lijkt gebiologeerd. Ze merkt de genezing die heeft plaatsgevonden niet eens op...
Ze gaat naar buiten, nog steeds Jezus' hand vasthoudend, de schemerige gang in...
Ze loopt naar de uitgang. Ze is er bijna...
wanneer ze het dienstmeisje van zonet tegenkomt,
die een kreet van vreugdevolle angst slaakt...
Andere dienaren snellen toe,
uit angst dat het een teken van de dood is,
en ze zien dat hun meesteres, die eerder stervende was
en wrok koesterde tegen Maria van Simon,
nu snel, met uitgestrekte armen,
Jezus losgelaten heeft,
naar de mistroostige Maria toeloopt,
en haar roept, en zich tegen haar hart aandrukt,
beiden huilend...'
Reacties
Een reactie posten