Hilkia en vrienden willen Jezus dood - gaan Judas bespelen
414.11
Valtorta:
'"Kom, jullie. Laten we gaan!"
En, nadat de twaalf eerst naar buiten zijn gegaan,
gaat Hij als laatste.
Stilte...
Dan slaken de achterblijvers een luide kreet
en roepen allemaal tegelijk: "We moeten Hem vervolgen!
Hem op heterdaad betrappen, Hem beschuldigen!
We moeten Hem doden!"
Opnieuw stilte.
En dan, terwijl er twee vertrekken,
walgend van de haat en de farizeïsche bedoelingen
– Hilkia's familielid en de ander die de Meester tweemaal heeft verdedigd –
vragen de achterblijvers zich af: "En hoe?"
Opnieuw stilte.
Dan zegt Hilkia met een kakelende lach:
"We moeten Judas, de zoon van Simon, aanpakken..."
"Ja! Goed idee! Maar jij hebt hem beledigd!..."
"Zal ik wel regelen!" zegt degene die Jezus Simon Boëthos noemde.
"Ik en Eleazar, de zoon van Annas... We zullen om hem heen cirkelen..."
"Met een paar beloftes..."
"Een beetje angst..."
"Veel geld..."
"Nee. Niet veel...
Belóftes, beloftes van veel geld..."
"En dan?"
"Wat, en dan?"
"Eh! Dan. Als het voorbij is. Wat zullen we hem geven?"
"Maar niets! De dood. Zodat... hij niet meer spreekt!"
zegt Hilkia, langzaam en wreed.
"Oeh! De dood..."
"Ben je erdoor geschokt? Ga weg zeg!
Als we de Nazarener doden, die... een rechtvaardige is,
kunnen we net zo goed Iskariot doden, die een zondaar is..."
Er heerst onzekerheid...
Maar Hilkia staat op en zegt:
"We zullen ook naar Annas luisteren...
En jullie zullen zien dat... hij zal zeggen dat het een goed idee is.
En jullie zullen ook komen... O! als jullie komen..."
Ze volgen allemaal hun gastheer, die vertrekt en zegt:
"Jullie komen... Jullie komen!"'
Reacties
Een reactie posten