Jezus klopt aan bij schoondochter van Ananias


392.3

Maria Valtorta:

'"Maar daar is het huis, het derde huis,

in de tweede straat, met de put ervoor.

Laten we gaan!..."


Jezus klopt op de gesloten deur van een hoog, smal huis.

Een jongen doet de deur open.

"Ben jij familie van Ananias?"

"Ik draag zijn naam, omdat hij de vader van mijn vader is."


"Roep je moeder. Zeg haar dat Ik kom uit het dorp waar Ananias woont

en van het graf van haar overleden man."


De jongen gaat en komt terug.

"Ze heeft gezegd dat ze niets van die oude man wil horen.

U kunt gaan."


Jezus kijkt streng.

"Ik ga niet weg voordat Ik met haar heb gesproken.

Jongeman, ga en zeg haar dat Jezus van Nazareth,

in wie haar man geloofde, hier is, en met haar wil spreken.

Zeg haar dat ze niet bang hoeft te zijn.

De oude man is er niet..."


De jongen gaat terug.

Het wachten duurt lang.

Sommige mensen zijn blijven staan, ​​om toe te kijken.

En sommigen stellen de discipelen vragen.

Maar er hangt een sfeer die hard is,

onverschillig of ironisch...


De apostelen proberen beleefd te zijn, maar ze zijn zichtbaar onder de indruk.

En dat verdwijnt wanneer de notabelen van de stad en de soldaten arriveren.

Beiden met gezichten als die van... gevangenen

die geen enkel vertrouwen wekken.


Jezus, op de drempel, leunend tegen de deurpost,

met Zijn armen over elkaar, wacht geduldig, 

in gedachten verzonken.'


25 feb.1946

Reacties

Populaire posts van deze blog

Maria wil graag Elise terugzien, haar maatje in de tempel

Maria Magdalena, serafijn nu, mag zalven en aanraken

Martha vertelt hoe haar zus heen en weer wordt geslingerd