lot van wie schuldig zal zijn aan Bloed van het Lam
413.6
Maria Valtorta:
'De mensen luisteren aandachtig, in stilte,
naar het gekibbel, dat echter zonder hardheid verloopt.
Anderen, van elders, zijn ook toegestroomd en de binnenplaats is vol,
volgepropt met mensen. Honderden gezichten gericht op één punt.
En vanuit de openingen die van andere binnenplaatsen naar deze leiden,
gluurt het ene gezicht na het andere naar buiten, met uitgestrekte nekken,
aandachtig kijkend en luisterend...
Het Sanhedrin-lid Hilkia en zijn vrienden kijken elkaar aan...
Een ware telefonie van blikken.
Maar ze beheersen zich.
Een oude geleerde vraagt heel beleefd:
"En wat moet men doen, om de straffen die U voorziet te vermijden?"
"Mij volgen.
En bovenal, in Mij geloven
En nog belangrijker, Mij liefhebben."
"Bent U een geluksbrenger?"
"Nee. Ik ben de Redder."
"Maar U hebt geen legers..."
"Ik heb Mijzelf.
Herinner jullie, herinner jullie...
voor je eigen bestwil, ter wille van jullie zielen,
herinner jullie de woorden [Ex.12:3-] van de Heer tot Mozes en Aäron
toen zij nog in het land Egypte waren:
'Laat ieder van het volk van God een lam nemen, zonder gebreken, een mannetje, een jaar oud.
Eén uit elk huishouden, en als het aantal mensen in je huishouden het niet kan opeten,
laat hen dan van de buren nemen.
En jullie zullen het slachten op de veertiende dag van de maand Abib, die nu Nisan heet,
en met het bloed van het geslachte lam zullen jullie de deurposten
en de bovendrempel van jullie huizen bestrijken.
En diezelfde nacht zullen jullie het vlees, geroosterd boven het vuur, eten
met ongezuurd brood en wilde sla.
En wat overblijft, zullen jullie met vuur vernietigen.
En jullie zullen het eten met jullie lendenen omgord,
jullie sandalen aan je voeten en je staf in jullie hand,
haastig, want het is de doorgang van de Heer.
En die nacht zal Ik voorbijtrekken
en ieder eerstgeborene van mens en dier treffen
die zich bevindt in huizen die niet gemerkt zijn
met het bloed van het Lam.'
In Gods nieuwe voorbijtrekken, het meest werkelijke voorbijtrekken,
omdat God werkelijk zichtbaar onder jullie komt, herkenbaar aan Zijn tekenen,
zal de redding rusten op hen die gemerkt zijn met het Bloed van het Lam, het reddende teken.
Want in werkelijkheid zullen jullie allen daardoor gemerkt worden.
Maar alleen zij die het Lam liefhebben en Zijn teken liefhebben,
zullen door dat Bloed gered worden.
Voor de anderen zal het het teken van Kaïn zijn.
En jullie weten dat Kaïn het niet meer verdiende
om het aangezicht van de Heer te zien,
noch dat hij ooit rust heeft gekend.
En getroffen door wroeging, door straf, door Satan, zijn wrede koning,
zwierf hij als een vluchteling over de aarde voor de rest van zijn leven.
Een groot, groot beeld voor het Volk dat de nieuwe Abel zal afrossen..."
"Ezechiël spreekt ook over de Tau...
Gelooft U dat Uw teken de Tau van Ezechiël is?"
"Dat is het."
"Dus U beschuldigt ons ervan dat er gruweldaden in Jeruzalem zijn?"
"Ik wou dat Ik dat niet kon doen. Maar zo is het nu eenmaal."
"En onder hen die door de Tau zijn gemerkt, zijn er geen zondaars?
Kunt u dat zweren?"
"Ik zweer niets.
Maar Ik zeg dat als er zondaars zijn onder degenen die gemerkt zijn,
hun straf nog veel erger zal zijn,
want de overspelers van de Geest,
de verloochenaars, de moordenaars van God nadat ze Hem hebben gevolgd,
zullen de grootsten zijn in de hel."
"Maar zij die niet kunnen geloven dat U God bent,
zullen niet gezondigd hebben.
Zij zullen gerechtvaardigd worden..."
"Nee.
Als jullie Mij niet zouden gekend hebben,
als jullie Mijn werken niet zouden hebben kunnen waarnemen,
als jullie Mijn woorden niet zouden hebben kunnen toetsen,
dan zouden jullie niet schuldig zijn.
Als jullie geen schriftgeleerden in Israël waren geweest,
dan zouden jullie niet schuldig zijn.
Maar jullie kennen de Schriften,
en jullie zien Mijn werken.
Je kunt een parallel trekken.
En als jullie dat eerlijk doen,
dan zien jullie Mij in de woorden van de Schrift,
en zien jullie de woorden van de Schrift in Mij in daden vertaald.
Daarom zullen jullie niet gerechtvaardigd worden om Mij te negeren en te haten.
Te veel gruwelen, te veel afgoden, te veel ontucht zijn er, waar alleen God thuishoort.
En op elke plek waar jullie zijn.
De redding ligt in het verwerpen ervan,
en in het verwelkomen van de Waarheid die tot je spreekt.
En daarom, daar waar jullie doden of proberen te doden,
daar zullen jullie gedood worden.
En hiervoor zullen jullie geoordeeld worden aan de grenzen van Israël,
waar alle menselijke macht vergaat en alleen de Eeuwige Rechter is,
over zijn schepselen.'
Reacties
Een reactie posten