boeren over Judas die aanklopt bij Maria
CDXLII
JUDAS ISKARIOT IN NAZARETH MET MARIA
442.1
Maria Valtorta:
'Het oosten begint net rood te kleuren bij de eerste tekenen van de dageraad,
wanneer Judas van Keriot aanklopt op de deur van het kleine huisje in Nazareth.
Op de weg zijn alleen maar boeren, of liever gezegd, kleine landeigenaren uit Nazareth, op weg naar hun wijngaarden of olijfgaarden met hun gereedschap, en ze staren verbaasd naar de man die zo vroeg aan de deur van Maria's huis klopt. Ze praten met elkaar.
"Dat is een discipel," zegt de een, als reactie op een opmerking van een ander.
"Hij zoekt vast Jezus van Jozef."
"Maar het heeft geen zin. Die is gisteravond vertrokken. Ik heb Hem gezien. Zal ik het hem vertellen..." zegt een ander.
"Laat maar zitten! Het is Judas van Kerioth. Ik mag die man niet. Misschien hebben wij veel fouten gemaakt met Jezus en doen we kwaad. Maar hij, die Judas, heeft vorig jaar hier onder ons véél kwaad aangericht… Misschien hadden we ons wel bekeerd, maar hij…"
"Wat? Wat? Hoe weet jij dat?"
"Ik was op een avond in de synagoge en, zo dom als ik was, geloofde ik meteen alles... Vandaag... genoeg! Ik denk dat ik gezondigd heb."
"Misschien heet ook hij beseft dat hij gezondigd had en..."
Ze lopen weg en ik hoor niets meer.'
Reacties
Een reactie posten