houtakkers door herders over Messias onderwezen
441.9
Maria Valtorta:
'Ze zijn al aangekomen op de plek waar de hei tot as is verpulverd, nog warm en knisperend onder hun sandalen. Ze steken het terrein over. Wanneer ze het midden bereiken, waar de volle maan schijnt, worden ze opgemerkt door de houthakkers.
"O! Ik zei het toch! Hij alleen had dit kunnen doen! Laten we naar Hem toe rennen om Hem te aanbidden!" roept een houthakker, en hij doet dat al door zich in de as aan Jezus' voeten te werpen.
"Waarom denkt u dat Ik dit had kunnen doen?"
"Omdat alleen de Messias dit kan."
"En hoe weet u dat Ik de Messias ben? Kent u Mij dan?"
"Nee. Maar alleen de Goede, die de armen liefheeft, had barmhartigheid kunnen tonen. En alleen de Heilige van God had het vuur kunnen bevelen, en gehoorzaamd kunnen worden. Geprezen zij de Allerhoogste, die ons Zijn Messias heeft gezonden! En de Messias, die op tijd is gekomen om onze huizen te redden!"
"Jullie zouden je meer zorgen moeten maken over het redden van je ziel."
"Die wordt gered doordat zij in U gelooft, en probeert te doen wat U leert. Maar U begrijpt, o Heer, dat de troosteloosheid van alles kwijt te raken onze zwakke zielen kan verzwakken... en hen ertoe zou kunnen brengen aan de Voorzienigheid te twijfelen."
"Wie heeft jullie over Mij onderwezen?"
"Discipelen van U... Hier zijn onze families... Wij hadden hen laten wekken, uit angst dat de hele heuvel in de vlammen zou opgaan... Komen jullie?... En daarna stuurden we nog iemand, om te zeggen dat er een wonder was gebeurd, en dat ze moesten komen kijken. Hier zijn ze, Heer!
Dit is de mijne... En dat is Jakobs familie, dat is Jonathans familie, dat is Marcus' familie, dat is mijn broer Tobias' familie, dat is mijn zwager Melchemias' familie, dat is Filippus' familie, en dat daar Eleazars familie. En dan nog de anderen, die van de herders, die nu grazen ze op de hoge bergen..."
Het is een groep van hoogstens tweehonderdvijftig mensen, waaronder zeer jonge kinderen, die nog borstvoeding krijgen of net zijn afgespeend, en die jammeren, half wakker zijn of slapen, zich niet bewust van het gevaar dat ze hebben gelopen.
"Vrede zij met jullie allen!
De engel van God heeft jullie gered.
Laten we samen de Heer prijzen!"
"U hebt ons gered!
U bent altijd aanwezig waar gelovigen in U geloven!"
Zeggen veel vrouwen... en de mannen knikken ernstig.
"Ja!"'
Reacties
Een reactie posten