Judas in koortsige monoloog betrapt door Alfeüs


442.3

Maria Valtorta:

'"O Judas! Ben jij gek geworden? Ik heb jou al een tijdje vanuit de top van deze olijfboom in de gaten gehouden. Je staat te gebaren, in jezelf te praten... Heeft de zon van Tammoez [juni-juli] je pijn gedaan?" roept Alfeüs van Sara, terwijl hij vanuit een takvork van een gigantische olijfboom, zo'n dertig meter van Judas vandaan, naar buiten leunt.

Judas schrikt, kijkt om zich heen, ziet hem en moppert: "Moge de dood je treffen! Vervloekt land van spionnen!" Maar met een vriendelijke glimlach roept hij: "Nee. Ik maak me zorgen omdat Maria niet open doet... Voelt ze zich misschien niet goed? Ik heb geklopt en geklopt!..."

"Maria? Je kunt blijven kloppen! Het is een arme oude vrouw die op sterven ligt. Ze is geroepen tijdens de derde nachtwake..."

"Maar ik moet met haar praten!"

"Wacht even. Ik ga naar beneden en vertel het haar. Moet je werkelijk?"

"Hè! Jazeker! Ik ben hier al sinds zonsopgang."

Alfeüs, peinzend, klimt uit de boom en vertrekt snel.

"Die heeft me nu ook al gezien! En hij komt vast terug met die andere! Niets gaat goed voor me!"

En hij uit een stortvloed aan beledigingen aan het adres van Nazareth, de Nazareners, Maria van Alfeüs, en zelfs aan het adres van de barmhartigheid van de Heilige Maagd Maria voor de stervende vrouw en de stervende vrouw zelf...'


23 mei 1946

Reacties

Populaire posts van deze blog

Maria wil graag Elise terugzien, haar maatje in de tempel

Martha vertelt hoe haar zus heen en weer wordt geslingerd

Maria Magdalena, serafijn nu, mag zalven en aanraken