Maria leert Aurea om fiat te geven
439.5
Maria Valtorta:
'"Zie je, ik ben ook niet bij mijn Jezus. Ik geef Hem aan jullie, en ik blijf ver weg, zo ver weg van Hem, terwijl Hij door Palestina zwerft, predikt, geneest en meisjes redt..."
"Dat is waar..."
"Als ik Hem alleen voor mezelf had gewild, was jij niet gered geworden...
Als ik Hem alleen voor mezelf had gewild, zouden jullie zielen niet gered worden.
Bedenk hoe groot mijn offer is. Ik geef jullie een Zoon,
opdat Hij zou geofferd worden voor jullie zielen.
Trouwens, jij en ik zullen altijd verenigd zijn,
omdat de discipelen verenigd zijn, en altijd zullen zijn, rond Christus,
één grote familie vormend, verenigd door liefde voor Hem."
"Dat is waar. En dan... kom ik hier weer terug, toch?
En zullen we elkaar weerzien?"
"Zeker. Zolang God het wil."
"En jij zult altijd voor mij bidden..."
"En ik zal altijd voor jou bidden."
"En als we weer samen zijn,
zul je me dan opnieuw onderwijzen?"
"Ja, dochter..."
"Ah! Ik zou net als jij willen worden!
Zal ik dat ooit kunnen? Weten, om goed te zijn..."
"Noëmi is de moeder van een synagogefunctionaris en een discipel van de Heer.
Mirta is de moeder van een zoon die de genade van het wonder heeft verdiend,
en die een goede discipel is. En die twee vrouwen zijn goed en wijs,
en bovendien vol liefde."
"Weet je dat zeker?"
"Ja, dochter."
"Dan... zegen mij, en de wil van de Heer geschiede... zoals Jezus in zijn gebed zegt. Ik heb het zo vaak gezegd... Het is goed dat ik nu doe wat ik heb gezegd, om ervoor te zorgen dat ik nooit meer naar de Romeinen ga..."
"Je bent een goed meisje. En God zal je steeds meer helpen! Kom, laten we naar Jezus gaan en Hem vertellen dat de jongste discipel Gods Wil weet te doen..."
En Maria, die haar bij de hand neemt,
gaat met het meisje terug het huis in.'
Reacties
Een reactie posten