Jezus ziet apostelen klimmen, en rent hen blij tegemoet
325.2 Maria Valtorta: 'Jezus kijkt... De middagzon verwarmt Hem, en het lijkt alsof Hij er blij mee is, want Hij verlaat de schaduw van enkele eikenbomen, om recht in de volle zon te komen. Maar hoewel het een heldere, stralende zon is, verlicht niet zij Zijn stoffige haar, Zijn vermoeide ogen, noch geeft zij kleur aan Zijn uitgemergelde gezicht. Het is niet de zon die Hem herstelt, en zijn kleuren doet herleven. Maar het is de aanblik van Zzijn geliefde apostelen, die omhoog klimmen, gebarend, en kijkend naar het dorp vanaf de weg, die uit het noordwesten komt, de vlakste althans. Dán vindt de metamorfose plaats. Zijn ogen lichten op, en Zijn gezicht lijkt minder mager, dankzij een roze tint, die zich over zijn wangen verspreidt, en vooral door de glimlach die Hem verlicht. Hij ontkruist zijn armen, en roept uit: "Mijn geliefden!" Hij zegt dit, terwijl Hij Zijn gezicht opheft en om Zich heen kijkt, alsof Hij Zijn vreugde wil delen, met de stengels en planten, met de held...