bruid van de geest
5.15
Jezus zegt:
'De maagdelijkheid van de Maagd!
Kom. Mediteer over deze zeer diepe maagdelijkheid,
die als je erover nadenkt een verschrikkelijke hoogtevrees geeft!
Wat is de arme, gedwongen maagdelijkheid
van 'n vrouw waar geen enkele man mee getrouwd is?
Minder dan niets.
Wat is de maagdelijkheid
van iemand die maagd wilde zijn om bij God te horen,
maar die dit alleen lichamelijk weet te zijn en niet in haar geest,
waarin zij zoveel vreemde gedachten laat binnenkomen,
en streelt en de streling accepteert van menselijke gedachten?
Dat begint een larve van maagdelijkheid te worden.
Maar erg weinig nog steeds.
Wat is de maagdelijkheid
van een afgezonderde vrouw die alleen van God leeft?
Heel veel.
Maar nog altijd is het geen volmaakte maagdelijkheid
vergeleken met die van Mijn Moeder.
Er is altijd een samengaan/huwelijk geweest, zelfs in de meest heilige.
Dat van oorsprong tussen de geest en de Zonde.
Dat wat alleen de Doop oplost.
Oplost, maar...
zoals van een vrouw die door de dood gescheiden is van haar man,
geen totale maagdelijkheid oplevert zoals die van de Eersten vóór de Zonde.
Er blijft een litteken achter en doet pijn, waardoor we haar [de zonde] herinneren,
en ze is altijd bereid om weer op te bloeien in de wond,
zoals bepaalde ziekten, die door hun virussen
periodiek acuter worden.
Bij de Maagd is er niet zo'n teken
van een ontbonden huwelijk met de Zonde.
Haar ziel verschijnt mooi en intact
zoals toen de Vader haar bedacht,
alle Genaden in Haar verzamelend.
Zij is de Maagd.
Zij is de Enige.
Zij is de Volmaakte.
Zij is de Complete.
Als zodanig bedacht.
Als zodanig voortgebracht.
Als zodanig gebleven.
Als zodanig gekroond.
Als zodanig voor eeuwig.
Zij is de Maagd.
Zij is de afgrond van Ongrijpbaarheid, van Zuiverheid, van Genade,
die zich verliest in de afgrond waaruit ze tevoorschijn kwam - in God:
Ongrijpbaarheid, Zuiverheid, meest volmaakte Genade.
Hier is de Weerwraak
van de drie-ene en enige God.
Tegenover de ontheiligde schepselen,
richt Hij deze Ster van volmaaktheid op.
Tegen ongezonde nieuwsgierigheid, deze Schuchtere,
tevreden met enkel het liefhebben van God.
Tegenover de wetenschap van het kwaad,
deze sublieme Onwetende.
In Haar is niet alleen onwetendheid over de verlaagde liefde;
is niet alleen onwetendheid over de liefde die God had gegeven aan getrouwde mensen.
Maar meer dan dat. In Haar is de onwetendheid van de fomieten, overblijfsel van de Zonde.
In Haar is alleen de ijskoude en gloeiende wijsheid van goddelijke Liefde.
Vuur dat het vlees wapent met ijs,
zodat het een transparante spiegel voor het altaar mag zijn
waar een God een Maagd trouwt en Zich niet verlaagt...
omdat Zijn Volmaaktheid Diegene omarmt die,
zoals het een bruid betaamt, slechts één punt minder is dan de Bruidegom,
aan Hem onderworpen omdat zij Vrouw is,
maar zonder smet, zoals Hij is.'
Reacties
Een reactie posten