op het loofhuttenfeest 5
3.7
Jezus zegt:
'Zij, die nu de hoge leeftijd naderde,
al tien-tallen jaren getrouwd met Joachim,
was altijd voor hem "de bruid van zijn jonge jaren,
zijn vreugde, de lieftallige hinde, de bekoorlijke gazelle"
wiens "liefkozingen altijd de frisse betovering hadden" [id.] van de 1e huwelijksavond
en zijn liefde zachtjes fascineerden, haar fris houdend als een bloem door dauw bewaterd,
en brandend als een vuur dat een hand steeds weer voedt.
Daarom, in hun ellende van kinderloos te zijn, spraken ze met elkaar
"woorden van troost in hun gedachten en zorgen".'
Reacties
Een reactie posten