op naar de tempel 3
Maria Valtorta:
'Joachim en Anna zijn gekleed,
hij in hetzelfde kleed als bij de Zuivering,
en Anna in plaats daarvan in heel donkerpaars.
De mantel, die ook haar hoofd bedekt, is eveneens donkerpaars.
Ze houdt hem heel laag boven haar ogen.
Twee arme moederogen, rood van het huilen,
die niet willen huilen en vooral niet huilend gezien willen worden,
maar die wel kunnen huilen onder de bescherming van de mantel.
Bescherming nodig tegenover voorbijgangers,
en ook tegenover Joachim, die immers zijn oog altijd sereen heeft,
maar vandaag rood en ondoorzichtig, met tranen die al gevallen zijn en nog steeds vallen,
en die heel ineengedoken gaat, onder zijn eigen sluier, bijna als een tulband,
met de zijflappen die langs het gezicht lopen.
Een oude man nu, Joachim.
Iedereen die hem ziet, moet denken dat hij de grootvader is,
en misschien wel de overgrootvader, van het kleine meisje dat hij bij de hand houdt.
De pijn om haar te verliezen bezorgt de arme vader een schuifelende stap,
een traagheid in zijn hele gedrag, waardoor hij twintig jaar ouder wordt,
en zijn gezicht zowel op dat van een zieke lijkt als op dat van een oude man,
hij is zo moe en verdrietig, met zijn mond die lichtjes trilt,
tussen de twee rimpels, vandaag zo duidelijk zichtbaar,
aan de zijkanten van de neus.
De twee proberen hun tranen te verbergen.
Maar als ze daar voor velen in slagen, kunnen ze dat niet doen voor Maria,
die hen vanwege haar gestalte van onderen naar boven ziet
en, terwijl ze haar hoofdje opheft, afwisselend kijkt
naar haar vader en haar moeder.
En ze dwingen zichzelf
om naar haar te glimlachen, met trillende monden.
En ze verstevigen de greep van hun hand op haar kleine handje
iedere keer dat hun dochtertje naar hen kijkt en lacht.
Ze moeten wel denken:
"Kijk, weer 'n keer minder,
om deze glimlach te zien!"'
Reacties
Een reactie posten