op naar de tempel 5
Maria Valtorta:
'Ze gaan allen een lage, donkere kamer binnen,
waarin een enorm vuur brandt.
De hospita,
vast een vriendin van Elisabeth, maar 'n vreemde voor Anna,
trekt zich beleefd terug en laat de toegekomenen vrij.
"Denk niet dat ik spijt heb,
of dat ik m'n schat met kwade wil aan de Heer geef," legt Anna in tranen uit...
"maar het hart... oh! mijn hart doet pijn! mijn oude hart... keert terug
naar zijn kinderloze eenzaamheid!... Als ik voelde..."
"Ik begrijp het, m'n Anna...
Maar jij bent goed, en God zal je troosten in je eenzaamheid.
Maria zal bidden, voor de vrede van haar moeder. Is het niet?"
Maria streelt de handen van haar moeder en kust ze,
beweegt ze over haar eigen gezicht om gestreeld te worden,
en Anna houdt dat gezichtje in de hare en kust het, kust het.
Ze kan geen genoeg krijgen van het zoenen.
Zacharias komt binnen en groet:
"Aan de rechtschapenen de Vrede van de Heer."
"Ja," zegt Joachim, "smeek ons de Vrede af!
Want onze ingewanden trillen bij het offer zoals die van Abraham terwijl hij de berg beklom,
en wij zullen geen ander offer vinden om dit offer te af te lossen.
Wij zouden het ook niet willen doen, want we zijn trouw aan God.
Maar we lijden, Zacharias, priester van God!
Begrijp ons en wees door ons niet geschokt."
"Nooit.
Sterker nog: jullie pijn, die weet het toelaatbare niet te overschrijfen
en die jullie niet naar ontrouw [t.a.v. God] leidt, is voor mij een les
in het liefhebben van de Allerhoogste.
Maar houd moed!"'
Reacties
Een reactie posten