door het doek, de engel 1
16.3
Maria Valtorta:
'Het gordijn fladdert sterker,
alsof iemand erachter met iets ventileert
of het schudt door het opzij te schuiven.
En een wit licht van parels versmolten met puur zilver
maakt de licht gelige muren lichter,
de kleuren van de stoffen levendiger,
het opgeheven gezicht van Maria spiritueler.
In het licht,
en zonder dat het gordijn wordt opgetrokken
voor het mysterie dat wordt volbracht
- in feite fladdert het niet meer,
het hangt stijf tegen de deurposten,
alsof het een muur is die binnen van buiten isoleert -
knielt de Aartsengel neer.
Hij moet, noodzakelijkerwijs, een menselijk uiterlijk aannemen.
Maar het is een getranshumaniseerde gedaante.
Van welk vlees is hij gemaakt?
Deze mooie en oogverblindende figuur...
Uit welke substantie heeft God hem gematerialiseerd?
Om hem tastbaar te maken voor de zintuigen van de Maagd...
Alleen God kan zulke substanties bezitten
en ze gebruiken op een volmaakte manier.
Er is een gezicht, er is een lichaam,
er zijn ogen, mond, haar en handen
zoals de onze.
Maar ze zijn niet als onze ondoorzichtige materie.
Het is een licht dat kleur heeft aangenomen:
van vlees, van ogen, van haar, van lippen,
een licht dat beweegt en lacht
en kijkt en spreekt.'
(Marianne Stokes)
Reacties
Een reactie posten