opmerkelijk maanlicht 4
30.4
Maria Valtorta:
'Maar velen komen nu uit de hemel – oh! hoeveel! –
vele engelen die op hem lijken, een ladder van engelen
die jubelend naar beneden afdalen en de maan tenietdoen met hun hemelse pracht.
En zij verzamelen zich rond de aankondigende engel met klapperende vleugels,
in een uitsproeiing van geuren, in een harpspel van muzieknoten,
waarin al de mooiste stemmen van de schepping hun herinnering vinden,
maar dan tot perfectie van geluid gebracht.
(William Blake)
Als schilderen de inspanning is van materie om licht te worden,
dan is hier de melodie de inspanning van muziek
om de schoonheid van God te laten flitsen
voor mensen.
En het horen van deze melodie is het kennen van het Paradijs,
waar alles harmonie is van Liefde die uit God ontspringt
om de zaligen gelukkig te maken, en weer van hen
naar God terug te keren, om te zeggen:
"Wij houden van Je!"
Het engelachtige ‘Gloria’ verspreidt zich
in steeds bredere golven over het stille platteland,
en daarmee het Licht.
En de vogels zingen mee
in een lied dat een begroeting is voor dit vroege licht,
en de schapen blaten voor deze vroege zon.
Maar ik... zoals al in de grot met de os en de ezel...
ik geloof graag dat het de dieren zijn die hun Schepper begroeten,
die onder hen kwam om hen, zowel als mens als als God, lief te hebben.
Het gezang verdwijnt
en dat geldt ook voor het licht,
wanneer de engelen terugkeren naar de hemel.'
Reacties
Een reactie posten