opmerkelijk maanlicht 1
XXX
AANKONDIGING AAN DE HERDERS
-DIE DE EERSTE AANBIDDERS WORDEN
VAN HET WOORD DAT MENS IS GEWORDEN-
30.1
Maria Valtorta:
'Later zie ik een uitgestrekt landschap.
De maan staat op haar hoogtepunt
en zweeft rustig in een hemel vol sterren.
Ze zien eruit als evenzovele diamanten noppen
in een enorme baldakijn van donkerblauw fluweel,
en de maan lacht er middenin, met haar grote witte gezicht,
waaruit rivieren van melkachtig licht stromen, die de aarde wit maken.
De kale bomen lijken groter en zwarter op de witgeblakerde grond,
terwijl de lage muurtjes, die hier en daar als begrenzing oprijzen,
van melk lijken te zijn gemaakt, en een klein huis in de verte
lijkt op een blok Carrara-marmer.
Rechts van mij zie ik een plek,
aan twee zijden omgeven door een sleedoornhaag,
en door een lage, ruwe muur aan de twee andere zijden.
Die muur ondersteunt het dak van een soort brede, lage schuur,
die in het binnengedeelte van de omheining is opgetrokken,
deels uit metselwerk en deels uit hout -
bijna alsof in de zomer de houten delen moeten worden verwijderd
en het dak tot een portiek moet worden omgevormd.
Uit dit afgesloten gedeelte komt, van tijd tot tijd,
een intermitterend en kort geblaat naar voren.
Het moeten kleine schaapjes zijn die dromen
of die misschien geloven dat de dag nabij is
door het licht dat de maan geeft.
Een licht dat zelfs overmatig is, zo intens is het, en dat groeit,
bijna alsof het hemellichaam de aarde nadert
of fonkelt... door een mysterieus vuur.'
Reacties
Een reactie posten