bulderend prediker
45.2
Maria Valtorta:
'Terwijl ik dat alles observeer,
zie ik dat het tafereel bevolkt is met mensen
langs de rechteroever (t.a.v. mij) van de Jordaan.
Er zijn veel mensen, die op verschillende manieren gekleed zijn.
Sommigen lijken gewone mensen te zijn, anderen rijk,
sommigen die Farizeeërs lijken te zijn ontbreken al evenmin,
herkenbaar aan hun kleed, versierd met franjes en vlechten.
In het midden daarvan, staande op een rotsblok, een man die,
ook al is het de eerste keer dat ik hem zie,
ik meteen herken als de Doper.
Hij spreekt tot de menigte,
en ik verzeker u dat het geen lieve preek is.
Jezus noemde Jakobus en Johannes "Zonen van de Donder".
Maar hoe moeten we deze heftige redenaar dan noemen?
Johannes de Doper verdient de naam "Bliksem", "Lawine", "Aardbeving",
zo onstuimig en streng is hij, in zijn toespraak en in zijn daden.
Hij spreekt en kondigt de Messias aan,
en spoort hen aan om hun hart voor te bereiden op Zijn Komst
door alle rommel uit hen te verwijderen
en hun gedachten op 'n rijtje te zetten.
Maar het is een praten
dat wervelend is
en ruw.
De Voorloper heeft niet de lichte hand van Jezus
op de wonden van de harten.
Hij is een dokter die uitkleedt
en onderzoekt en snijdt,
zonder genade.'
Reacties
Een reactie posten