hij de macht, zij het licht
37.6
Jezus zegt:
'Hoeveel gezinnen zouden kunnen leren van deze perfectie
van echtgenoten die van elkaar hielden zoals niemand anders van elkaar hield!
Jozef was het hoofd.
Zijn familiegezag was onbetwist en onbetwistbaar,
waarvoor dat van de Bruid en de Moeder van God eerbiedig boog
en waaraan de Zoon van God zich onderwierp.
Alles wat Jozef besloot te doen, werd wel gedaan,
zonder discussies, zonder ophef, zonder weerstand.
Zijn woord was onze kleine wet.
En toch, hoeveel nederigheid in hem!
Nooit machtsmisbruik, nooit een wil tegen de rede,
alleen maar omdat hij de baas was...
De Bruid was zijn vriendelijke raadgever.
En als zij, in haar diepe nederigheid, zichzelf beschouwde als de dienstmaagd van haar echtgenoot,
dan putte haar echtgenoot uit haar wijsheid van Volle-van-Genade
het gidsende licht voor alle gebeurtenissen.
En Ik groeide als een bloem, beschermd door twee krachtige bomen, op,
tussen deze twee liefdes, die zich over Mij heen verstrengelden,
om Mij te beschermen en lief te hebben.
Nee. Zolang Mijn leeftijd Mij over de wereld onwetend liet, miste ik het Paradijs niet.
God de Vader en de Goddelijke Geest waren niet afwezig, aangezien Maria er vol van was.
En de engelen woonden daar, aangezien niets hen uit dat huis weghaalde.
En één, zou Ik kunnen zeggen, had vlees aangenomen en dat was Jozef...
een engelachtige ziel, bevrijd van de last van het vlees,
en alleen bezig met het dienen van God en zijn zaak,
en Hem liefhebben zoals de serafijnen Hem liefhebben.
Jozefs blik !
Rustig en puur als die van een ster
die zich niet bewust is van aardse lusten.
Hij was onze rust, onze kracht.'
Reacties
Een reactie posten