herbergier werd schaamteloos rijk
74.4
Maria Valtorta:
'"Kom hier, in deze kamer...
De muren hebben oren, en praten over bepaalde dingen... is gevaarlijk!"
Ze gaan een kleine, donkere, lage kamer binnen.
Gaan zitten op een lage bank.
"Nou... ik had een goede neus.
Ik ben niet voor niets herbergier! Ik ben hier geboren als zoon van kinderen van hoteliers.
Ik heb het kwaad in het bloed. En ik wilde hen niet.
Misschien had ik er wel een gat voor gevonden.
Maar Galileeërs, arm, onbekend... ah! nee hé, Hizkia die trapt er niet in!
En toen... voelde ik...
ik voelde dat ze anders waren...
die vrouw... met haar ogen... iets dat...
maar nee, nee, ze moet de duivel in zich hebben gehad en met hem spreken.
En zij bracht hem hier... niet naar mij, maar naar de stad!
Anna was onnozeler dan een schaap
en ontving hen een paar dagen later, inmiddels met het Kind.
Ze zeiden dat Hij de Messias was...
Oh! Hoeveel geld verdiende ik in die tijd! Meer dan de volkstelling!
Zelfs degenen die niet voor de volkstelling hoefden te komen, kwamen.
Ze kwamen helemaal vanuit de kust, helemaal vanuit Egypte om Hem te zien...
en dat maandenlang! Wat een winst heb ik gemaakt!…
Als laatsten kwamen drie koningen,
drie machtige mannen, drie magiërs... weet ik het... een processie! die nooit eindigde!
Ze namen al mijn stallen in, en betaalden in goud genoeg hooi voor een maand,
en de volgende dag vertrokken ze al, en lieten alles daar achter.
En wat een geschenken voor de staljongens, voor de vrouwen!
En voor mij! Oh!...
Ik kan alleen maar goede dingen zeggen over de Messias...
of Hij nu de echte of geen echte is, Hij leverde mij tonnen munten op.
Ik heb geen rampen gehad. En doden evenmin, want ik was net getrouwd.
Dus euh... maar de anderen!"'
Reacties
Een reactie posten