Judas zoekt glorie
54.3
Maria Valtorta:
'De anderen zijn als van steen.
Jezus keert de genezen man de rug toe, glimlacht en roept hen samen.
"Vrienden, het was niets anders dan een melaatsheid van het vlees.
Maar jullie zullen nog melaatsheid uit de harten zien vallen!"
"Zijn jullie degenen die Mij wilden?"
zegt Hij tot de twee vreemden. "Hier ben Ik. Wie zijn jullie?"
"Wij hoorden U laatst... in de tempel. En zochten U in de stad.
Iemand die beweert familie van U te zijn, heeft ons verteld dat U hier verblijft."
"Waarom zoeken jullie Mij?"
"Om U te volgen, als U dat wilt, omdat U Woorden van Waarheid hebt."
"Mij volgen? Maar weet jullie dan waarheen Ik ga?"
"Nee, Meester, maar zeker tot de Glorie."
"Jawel. Maar tot een Glorie die niet van de aarde is.
Tot een Glorie die zijn zetel heeft in de hemel
en die wordt veroverd met deugd en opoffering."
"Waarom willen jullie Mij volgen?" vraagt hij opnieuw.
"Om een deel van Uw Glorie te hebben."
"Zoals in de hemel?"
"Ja, volgens de hemel."
"Niet iedereen kan daar komen.
Omdat Mammon degenen ondermijnt die meer naar de hemel verlangen dan anderen.
En enkel zij die sterk weten te willen, kunnen weerstand bieden.
Waarom Mij volgen, als Mij volgen een voortdurende strijd betekent
met de vijand die in ons is, met de vijandige wereld, en met de vijand die Satan is?"
"Omdat dit is wat onze geest wil, die door U veroverd werd.
U bent heilig en machtig. Wij willen Uw vrienden zijn."
"Vrienden!!!"
Jezus is stil en zucht.
Dan kijkt hij recht naar degene die steeds gesproken heeft
en die nu zijn mantel van zijn hoofd heeft laten vallen, alsof hij blootshoofds is.
Het is Judas van Keriot.
"Wie ben jij, jij die beter spreekt dan een gewone burger?"
"Ik ben Judas, van Simon. Ik kom uit Keriot.
Maar ik ben van de Tempel (of in de Tempel) nu.
Ik wacht en droom van de Koning der Joden.
Koning, ik hoorde U in Uw Woord.
Koning, ik zag U in Uw gebaar.
Neem mij mee!"
"Meenemen, jou? Nu? Meteen? Nee."
"Waarom, Meester?"
"Omdat het beter is om jezelf te wegen, voor je zeer steile paden neemt."
"Gelooft U mijn oprechtheid niet?"
"Dat heb jij gezegd. Ik geloof jouw impuls.
Maar Ik geloof niet in je doorzettingsvermogen.
Denk er eens over na, Judas. Ik ga nu weg en kom met Pinksteren terug.
Als je in de tempel bent, dan zul je mij zien.
Weeg jezelf!"'
Reacties
Een reactie posten