tempelcommercie 2
53.2
Maria Valtorta:
'Ik zie twee oudjes terugkomen, een hij en een zij, een arm lam voortduwend
dat door de offeraars gebrekkig moeten zijn bevonden.
Huilen, smeekbeden, nette boosheid, scheldwoorden wisselen elkaar af
zonder dat de verkoper emotioneel wordt.
"Voor wat jij wilt uitgeven, Galileër, is wat ik jou heb gegeven veel te mooi.
Ga weg! Of voeg nog eens vijf denarii toe om een mooier te krijgen."
"In godsnaam! Wij zijn arm en oud! Wilt jij voorkomen dat wij Pasen vieren...
wat wellicht onze laatste is? Is wat je voor dat lammetje vroeg, niet genoeg voor je?"
"Maak plaats, vuil volk.
Jozef de Oude komt naar mij toe.
Hij eert mij met zijn voorkeur...
God zij met u, heer!
Kom, kies!"
Hij komt de kooi binnen en neemt een prachtig lam,
die man die 'Jozef de Oude' wordt genoemd,
d.w.z. Jozef van Arimathea.
Pompeus gekleed en trots gaat hij voorbij,
zonder naar de arme mensen te kijken die bij de deur,
of liever de opening van het hek, staan te kermen.
Hij raakt hen bijna, vooral als hij naar buiten komt,
met het vette en blatende lam.'
Reacties
Een reactie posten