tiende herder, Isaak, wordt leerling


76.5-6

Maria Valtorta:

"Hier is Jezus!", zegt Elia, naar Hem wijzend.

"De lange, knappe, blonde, in het wit gekleed, met de rode mantel!..."

Isaak rent, snijdt door de grazende kudde en met een kreet van triomf, van vreugde, van aanbidding, knielt hij neer aan de voeten van Jezus.

"Sta op, Isaak! Ik ben gekomen. Om jou vrede en zegen te brengen.

Sta op, zodat Ik je gezicht mag kennen."


Maar Isaak kan niet opstaan.

Te veel emoties bij elkaar, en hij staat, met zijn blije huilbuien, tegen de grond.

"Je kwam meteen. Heb je jezelf niet afgevraagd of je kon..."

"Je zei dat ik moest komen... en ik kwam!"

"Hij deed niet eens de deur dicht, en haalde de offers niet op, Meester."

"Maakt niet uit. Engelen zullen over zijn huis waken. Ben je gelukkig, Isaak?"

"Oh! Heer!"

"Noem mij 'Meester'."

"Ja, Heer, mijn Meester. Zelfs als ik niet hersteld zou zijn,

zou ik blij zijn geweest om Je te zien. Hoe kon ik zoveel genade bij Je vinden?"

"Voor je geloof en je geduld, Isaak. Ik weet hoeveel je geleden hebt..."

"Niets, niets! Niets meer! Ik heb Jou gevonden! Je leeft! Je bent hier! Dit is echt!...

De rest, al het andere, is verleden tijd. Maar Heer en Meester, Je gaat nu toch niet weg?"

"Isaak, Ik heb heel Israël om te evangeliseren. Ik ga... maar als Ik niet kan blijven,

kun jij Mij wel altijd dienen en volgen... Wil jij mijn discipel zijn, Isaak?"


"Oh! Maar ik zal niet goed zijn!"


"Zul je kunnen belijden Wie Ik ben? Belijden, tegen spot en bedreigingen in?

En vertellen dat Ik jou riep en dat jij kwam?"


"Zelfs als Jij dat niet zou willen, zou ik dat allemaal zeggen.

Hierin zou ik Je ongehoorzaam zijn, Meester. Vergeef me dat ik dat zeg."


Jezus glimlacht. 

"Wel, zie je dan dat je goed genoeg bent om een ​​discipel te zijn?"


"Oh! als het maar is om dat te doen! Ik dacht dat het moeilijker was.

Dat het nodig was om bij de rabbijnen naar school te gaan om U te dienen, Rabbijn der rabbijnen...

en om naar school te gaan als oude man..."

En ja, de man is minstens vijftig jaar oud.





"Je hébt al school gelopen, Isaak!"

"Ik? Nee!"

"Jij, jawel! Ben jij niet blijven geloven en blijven liefhebben, God en je naaste respecteren en zegenen?Blijven geen afgunst hebben, noch verlangen naar wat anderen toebehoorde, en evenmin naar wat van jou was en dat je niet meer had? Blijven niets anders te zeggen dan de waarheid, ook als dit je schade berokkende, geen hoereren met Satan te plegen door zonden te begaan? Heb je dit allemaal niet gedaan, in deze dertig jaren van tegenslag?"

"Jawel, Meester."

"Zie je wel. Je bent naar school geweest. Ga zo door!

En voeg nu de openbaring van Mijn in de wereld zijn toe.

Niets anders is er te doen."


"Ik heb Jou al gepredikt, Heer Jezus! Aan de kinderen die kwamen toen ik, kreupel, in deze stad aankwam, en om brood vroeg, en nog wat scheer- en zuivelwerk deed. En die later rond mijn bed kwamen, toen de kwaal sterker werd, en zich uitbreidde en me verlamde vanaf mijn middel. Ik sprak over jou met de kinderen van toen, en met de kinderen van nu, kinderen van die... Kinderen zijn goed en ze geloven altijd... Ik had het over toen Jij geboren werd... over de engelen... over de Ster en de Magiërs... en over Jouw moeder... Oh! Zeg eens! Leeft ze nog?"

"Ze leeft en groet je. Ze had het altijd over jou."

"Oh! haar terugzien!"

"Je zult haar zien. Op een dag, kom je naar mijn huis.

Maria zal je begroeten met: vriend!"

"Maria... Het is alsof je honing in je mond hebt

wanneer je die naam zegt..."


12 jan.1945

Reacties

Populaire posts van deze blog

Maria wil graag Elise terugzien, haar maatje in de tempel

Martha vertelt hoe haar zus heen en weer wordt geslingerd

Maria Magdalena, serafijn nu, mag zalven en aanraken