ware Vader, Liefde

56.6

Maria Valtorta:

'Jezus wendt zich tot Thomas:

"Jij hebt trouw gehoorzaamd. Eerste deugd van de discipel."

"Ik ben gekomen om U trouw te blijven."

"En zo zal het zijn. Ik zeg het je."



"Kom, jij daar, die verlegen in de schaduw staat. Wees niet bang."

"Mijn Heer!"

De ex-melaatse werpt zich aan de voeten van Jezus.

"Sta op. Hoe heet je?"

"Simon."

"En je familie?"


"Heer... die was machtig...

Ik was ook machtig...

Maar sektehaat en... en jeugdzonden

hebben haar macht beschadigd.

Mijn vader...


Oh! Ik moet tegen hem spreken,

die mij tranen heeft gekost die niet hemels zijn!

U ziet het, U hebt gezien wat 'n geschenk hij mij gaf!"



"Was hij een melaatse?"

"Geen melaatse - net zoals ik dat niet ben.

Maar een zieke, van een ziekte met een andere naam,

die wij van Israël gemeen hebben met de verschillende melaatsheden.

Hij... - toen zegevierde zijn kaste nog - leefde en stierf machtig in zijn huis.

Maar ik... als U mij niet had gered, zou ik bij de graven zijn gestorven."


"Ben je alleen nu?"

"Alleen. Ik heb enkel een trouwe dienaar die zorgt voor wat ik nog heb.

Ik heb hem gewaarschuwd."


"Je moeder?"

"Zij is... dood."


De man lijkt zich te schamen.

Jezus observeert hem aandachtig.



"Simon, je zei tegen Mij: 'Wat moet ik voor U doen?'

Vandaag zeg Ik je: "Volg mij!"


"Meteen, Heer!...

Maar... maar ik... laat me U iets vertellen.

Ik ben, ik werd "de Zeloot" genoemd omwille van de kaste,

en "de Kanaäniet" omwille van mijn moeder.


Zie je. Ik ben donker.

Ik heb slavenbloed in mij.

Mijn vader had geen kinderen bij zijn vrouw en kreeg mij bij een slavin.

Zijn vrouw, een goed mens, heeft mij opgevoed als haar zoon

en genas mij van mijn oneindige ziekten, tot hij stierf..."


"Er zijn geen slaven of vrijgelatenen, in de ogen van God.

In Zijn ogen is er maar één slavernij: de zonde.

En Ik ben gekomen om haar weg te nemen.

Ik roep jullie allemaal, want het Koninkrijk is van iedereen."



"Ben jij goed opgeleid?"

"Ik ben goed opgeleid.

Ik had ook mijn plaats tussen de groten.

Zolang het kwaad onder de kleding verborgen zat.

Maar toen het eenmaal in het gezicht was terechtgekomen...

leek het de vijanden te mooi om waar te zijn om het te gebruiken

om mij op te sluiten tussen de 'doden',

hoewel, zoals een Romeinse arts uit Caesarea, die ik raadpleegde, zei,

mijn ziekte geen echte melaatsheid was, maar een erfelijke serpigo,

dus het was voor mij voldoende om me niet voort te planten om het niet te verspreiden.

Kan ik mijn vader niet vervloeken?"


"Je mag hem niet vervloeken.

Hij heeft je alle kwaad gedaan..."

"O ja! Verkwister van weelde, was hij,

gemeen, wreed, zonder hart of genegenheid.

Hij ontzegde mij gezondheid, liefkozingen, vrede,

heeft mij gebrandmerkt met een naam die minachtend is,

en met een ziekte die een teken is van schande...

Hij maakte zichzelf van alles de baas.

Ook van de toekomst van zijn zoon.

Het heeft mij alles ontnomen,

zelfs de vreugde om vader te zijn."



"Daarom zeg Ik jou: 'Volg mij!'

Aan Mijn zijde, door Mij te volgen, zul je Vader en kinderen vinden.

Kijk omhoog, Simon. Dáár lacht de ware Vader naar jou.

Kijk in de ruimten van de aarde, op de continenten, in de regio's.

Er zijn kinderen en kinderen, zielskinderen voor de kinderlozen.

Zij wachten op jou, en velen zoals jij wachten.

Onder Mijn Teken is er geen verwaarlozing meer.

In Mijn Teken is er noch eenzaamheid noch verschil.

Het is een Teken van Liefde.

En Liefde geeft."


28 okt.1944

Reacties

Populaire posts van deze blog

Maria Magdalena, serafijn nu, mag zalven en aanraken

Martha vertelt hoe haar zus heen en weer wordt geslingerd

de geest - in íeder mens - snakt naar de hemel