de zeloot genezen 2


-Jezus geneest de melaatse (Melchior Doze)-

54.2

Maria Valtorta:

'Een man, helemaal ingepakt,

leunt tegen de rustieke muur die een richel ondersteunt, het dichtst bij de rand van de boerderij.

Hij moet daarheen gekomen zijn via een pad dat langs de beek daarheen leidt.

Als hij Jezus naar zich toe ziet komen, roept hij: "Ga terug, terug! Maar ook barmhartigheid!"

En hij ontbloot zijn romp en laat zijn gewaad vallen.

Als het gezicht al bedekt is met korsten, dan is de romp een borduur-werk van zweren.

Sommige zijn al gereduceerd tot diepe gaten, andere zijn als rode brandwonden,

weer andere witachtig en glanzend, alsof er wit glas op zit.

"U bent een melaatse! Wat wilt u van mij?"


"Vervloek mij niet! Stenig mij niet!

Ze vertelden mij dat U Uzelf onlangs manifesteerde als de Stem van God en Drager van Genade.

Ze vertelden mij dat U hebt verzekerd dat U, door het heffen van Uw teken, ieder kwaad geneest.

Hef het op mij!... Ik kom van bij de graven... ginds...

Ik kroop als een slang door de braamstruiken van de beek, om hier ongezien aan te komen.

Ik heb ermee gewacht tot de avond, omdat je in het schemerige licht minder goed kunt zien wie ik ben. 

Ik durfde... Ik vond deze man van het huis best aardig. Het heeft mij niet gedood.

Hij zei gewoon tegen mij: 'Wacht tegen de muur!'

Heb s.v.p. ook medelijden met mij!"


-Simon de Zeloot (L. Ferri)-

En als Jezus dichterbij komt...

(Hij alleen, want de zes discipelen

en de eigenaar van de plaats, alsook de twee vreemdelingen,

zijn ver weg en tonen duidelijk afkeer)

zegt hij opnieuw: "Niet verder! Niet dichter! Ik ben besmet!"

Maar Jezus gaat door.

Hij kijkt hem zo medelijdend aan

dat de man begint te huilen, en knielt, met zijn gezicht bijna op de grond,

en kreunt: "Uw teken! Uw teken!"


"Dat zal op zijn eigen tijd opstaan.

Maar tegen u zeg Ik: sta op! Wees genezen! Ik wil het!

En wees Mijn Teken in deze stad die mij moet kennen.

Sta op, zeg Ik! En zondig niet, uit dankbaarheid jegens God!"


De man staat langzaam op.

Het lijkt erop dat hij tussen het hoge, bloeiende gras tevoorschijn komt,

alsof hij uit een grafkleed komt... en genezen is.

Hij bekijkt zichzelf in het laatste daglicht.

Hij is genezen.

Hij roept: "Ik ben gereinigd! Oh! wat moet ik nu voor U doen?"

"Gehoorzaam de Wet. Ga naar de priester. Wees goed in de toekomst. Ga!"


De man heeft de drang om zich aan de voeten van Jezus te werpen,

maar bedenkt dat hij volgens de Wet nog steeds onrein is,

en houdt zich in.


Maar hij kust zijn handen

en gooit de kus naar Jezus en huilt.

Van vreugde.'


26 okt.1944

Reacties

Populaire posts van deze blog

Maria wil graag Elise terugzien, haar maatje in de tempel

Martha vertelt hoe haar zus heen en weer wordt geslingerd

Maria Magdalena, serafijn nu, mag zalven en aanraken