weg bij boer, op naar geboorteplek !
73.8
Maria Valtorta:
'Ze gaan naar buiten.
Simon en Johannes volgen Jezus en Judas, die al buiten zijn,
en met de vrouw praten, om de hoek van de stal.
"Vergeef mijn man, Heer. Ik had niet gedacht dat ik U zoveel last zou bezorgen...
Hier, hier. Jullie krijgen ze voor morgenochtend. Ze zijn vers, van vandaag.
Ik heb niets anders... Vergeving. Waar gaan jullie slapen?"
(Ze geeft een paar eieren.)
"Lig er niet van wakker. Ik weet waar Ik heen moet.
Ga in vrede, voor uw goedheid. Tot ziens!"
Ze lopen een paar meter al zwijgend, dan ontploft Judas:
"Maar jij, jij laat je niet aanbidden!
Waarom laat je die smerige godslasteraar niet in de modder kruipen?
Op de grond met hem! Neerslaan, om zijn falen jegens jou, Messias...
Oh! Ik zou het gedaan hebben!
Samaritanen moeten met een wonder worden verbrand.
Dat is het enige wat hen wakker schudt!"
"Oh! hoe vaak ga ik dit nog horen!
Maar Ik moest in brand vliegen voor elke zonde jegens Mij!...
Nee, Judas. Ik ben gekomen om te creëren. Niet om te vernietigen."
"Jaja. Maar intussen vernietigen de anderen jou!"
Jezus antwoordt niet.
Simon vraagt: "Waar gaan we nu heen, Meester?"
"Kom met mij mee, Ik weet een plaats!"
"Maar als jij er sinds je vlucht nooit opnieuw bent geweest, hoe weet je dat dan?"
vraagt Judas, nog steeds geïrriteerd.
"Ik ken ze. Het is er niet leuk. Maar Ik was er een andere keer.
Het is niet in Bethlehem... een beetje erbuiten...
Laten we deze kant op gaan!"
Eerst Jezus, dan Simon, dan Judas,
als laatste Johannes...'
Reacties
Een reactie posten