farizeeën, vol afkeer, zachtmoedig bejegend


-Jezus geeft uitleg aan farizeeën (James Tissot)-

97.7

Maria Valtorta:

'De drie Farizeeën komen binnen,

ze kijken rond met een boze glimlach, en willen wat zeggen.


Maar Jezus, die is opgestaan

en hen samen met Matteüs tegemoet ging, is hen voor.


Hij legt een hand op Matteüs' schouder en zegt:

"O ware zonen van Israël, Ik groet jullie, en geef je geweldig nieuws,

dat het hart van volmaakte Israëlieten zeker zal verheugen,

die verlangen naar de naleving van de Wet door alle harten,

om God eer te geven.

Zie: Matteüs, de zoon van Alfeüs,

is vanaf vandaag niet langer de zondaar, het schandaal van Kafarnaüm.

Een schurftig schaap uit Israël is genezen. Verblijden jullie je!


Na hem zullen andere zondige schapen genezen worden,

en jullie stad, wier heiligheid jullie zo belangrijk vinden,

zal de Heer om haar heiligheid welgevallig zijn.


Matteüs laat alles achter om God te dienen.

Geef de vredeskus aan de eigengereide Israëliet

die terugkeert naar de schoot van Abraham."


"En die terugkeert met allemaal tollenaars? Op een vrolijk banket?

Oh! dat is waarachtig een passende bekering!

Kijk daar, Eli, dat is Josia, de pooier."


"En dat daar Simon van Isaak, de echtbreker."

"En dat? Dat is Azarias, de gokker in wiens gokhol Romeinen en Joden gokken,

vechten, dronken worden en naar de vrouwen gaan."


"Maar, Meester. Weet U wel wie deze mensen zijn?

Wist U dat?"


"Ik wist het."


"En jullie dan, jullie van Kafarnaüm, jullie discipelen!

Waarom hebben jullie dat toegestaan?

Je verbaast me, Simon van Jona!"


"En jij, Filippus, ook hier bekend,

en jij Nathanaël! Ik ben stomverbaasd!

Jij, een ware  Israëliet! Hoe is het mogelijk

dat jij je Meester hebt toegestaan ​​om met tollenaars en zondaars te eten?"


"Maar is er dan in Israël geen enkele terughoudendheid meer."

De drie zijn volkomen geschokt.


Jezus zegt: "Laat Mijn discipelen met rust!

Ik wilde het, Ik alleen."


"Eh! Natuurlijk! Begrepen.

Als je een heilige wilt zijn en je bent het niet,

dan verval je snel in onvergeeflijke fouten!"


"En wanneer discipelen worden opgevoed om geen respect te tonen

– en het oneerbiedige gelach van die man, een Jood en lid van de Tempel,

brandt nog steeds in mij, Eli de Farizeeër! –

dan kan men niet anders dan de Wet negeren.

Je leert aan wat je zelf kent."


"Je hebt het mis, Eli. Jullie hebben het allemaal mis.

Je leert aan wat je kent. Dat is waar.

En Ik, die de Wet ken, onderwijs haar

aan hen die haar niet kennen:

aan zondaars dus.


Jullie... jullie ken Ik al als meesters over je ziel.

Zondaars zijn dat niet. Ik zoek naar hun ziel,

Ik geef ze hen terug, zodat zij haar op hun beurt naar Mij brengen,

precies zoals ze is: ziek, gewond, smerig,

en Ik genees en reinig haar.


Daarvoor ben Ik gekomen.

Het zijn de zondaars die de Redder nodig hebben.

En Ik kom om hen te redden. Begrijp Mij...

en haat Mij niet, zonder reden."


Jezus is zacht, overredend, nederig...

Maar de drie zijn als borstelige distels, een en al stekels...

en ze gaan, met een blik vol afkeer, naar buiten.


"Daar gaan ze...

Nu zullen ze ons overal bekritiseren!"

mompelt Judas Iskariot.


"En laat ze dat maar doen!

Laat alleen de Vader jou niet bekritiseren.

Wees niet beschaamd, Matteüs, noch jullie, zijn vrienden.

Het geweten zegt ons: 'Doe geen kwaad.'

Dat is genoeg."


Jezus neemt weer zijn plaats in

en alles eindigt.'


4 feb.1945

Reacties

Populaire posts van deze blog

Maria wil graag Elise terugzien, haar maatje in de tempel

Martha vertelt hoe haar zus heen en weer wordt geslingerd

Maria Magdalena, serafijn nu, mag zalven en aanraken