Jezus en Maria bij wijnboer in Galilea
CVIII
TOESPRAAK TOT DE DRUIVENPLUKKERS
VERLAMD KIND GENEZEN DOOR VOORSPRAAK MARIA
108.1
Maria Valtorta:
'Op het hele platteland van Galilea
is men volop bezig met het oogsten.
De mannen, die de hoge ladders beklimmen,
plukken van de pergola's en van de wijnstokken.
De vrouwen, hun hoofden beladen met manden,
dragen goudgele en robijnrode trossen
naar waar de druivenpersers wachten.
Liedjes, gelach en grappen lopen van heuvel tot heuvel,
van tuin tot tuin, samen met de geur van most, en onder een groot gezoem van bijen,
die dronken lijken, zo snel en dansend vliegen ze van de overgebleven scheuten,
nog steeds rijk aan trossen, naar de manden en de kuipen
waar de druiven, door hen gezocht, verloren gaan
in de troebele bouillon van de most.
De kinderen, net als zovele faunen geverfd met het sap,
maken kreetjes als zwaluwen terwijl ze rennen over het gras,
over de binnenplaatsen en langs de straten.
Jezus is op weg naar een dorp, vlakbij het meer.
Een dorp in de laagvlakte dus. Het lijkt wel een brede rivierbedding
tussen twee verre bergketens, die naar het noorden lopen.
De vlakte is goed bewaterd,
omdat er een rivier doorheen stroomt
(ik denk dat het de Jordaan is).
Jezus loopt over de hoofdweg
en wordt door velen begroet met de kreet: "Rabbi! Rabbi!"
Jezus loopt verder en zegent.
Voor het dorp, ligt een rijk landgoed.
En aan het begin daarvan, staat een oud echtpaar
de Meester op te wachten.
"Kom binnen!
Als het werk stopt, zullen ze allemaal komen luisteren.
Wat brengt U ons veel vreugde! Die verspreidt zich uit U, als het sap door de ranken,
en wordt een Wijn van Vreugde voor onze harten!"'
Reacties
Een reactie posten