Maria opgehaald in luxe-wagen
107.2
Maria Valtorta:
'Natuurlijk raakt de stad [Nazareth] hierover in grote beroering.
En wanneer Maria en haar schoonzuster, door Jonathan als twee koninginnen behandeld,
op de wagen klimmen, nadat ze de sleutels van het huis aan Alfeüs van Sara hebben toevertrouwd,
ontstaat er commotie.
De wagen vertrekt, terwijl Alfeüs wraak neemt
voor de slechte daad die Jezus in de synagoge is aangedaan,
zeggende:
"De Samaritanen zijn beter dan wij!
Zien jullie hoe een van het hof van Herodes Zijn Moeder eert? En wij!
Ik schaam mij dat ik een Nazarener ben!"
Er is een waar tumult tussen de twee partijen.
Er zijn mensen die zich van de tegenpartij afkeren
en naar Alpheus toe komen en hen duizend dingen vragen.
"Jazeker!" antwoordt Alpheus.
"Gasten in het huis van de Procurator!
Je hebt gehoord wat zijn hofmeester zei:
'Mijn meester smeekt u om zijn huis te eren.'
Te eren, begrijpen jullie?
En dat is de rijke en machtige Chusas,
en zijn vrouw is een koninklijke prinses!
Te eren! En wij, t.t.z. jullie, gooiden stenen naar Hem!
Schaam jullie!"
De Nazareners antwoorden niet
en Alfeüs vat nieuwe moed.
"Ja, als je Hem hebt, heb je alles!
Dan heb je geen menselijke steun meer nodig.
Maar lijkt het je nutteloos om Chusas als vriend te hebben?
Lijkt het je gunstig wanneer dat hij ons veracht?
Het is de Procurator van de Tetrarch, weet je?
Zeg niets! Wees maar Samaritanen met de Christus!
Je zult de haat van de groten der aarde op je afroepen.
En dan... oh! dan wil ik jullie wel eens zien!
Zonder hulp van de hemel!
En zonder hulp van de aarde!
Dwazen! Slechteriken!
Ongelovigen!"
De regen van beledigingen en verwijten blijft doorgaan,
terwijl de Nazareners ontmoedigd weggaan, als geslagen honden.
Alfeüs blijft alleen achter, als een wrekende aartsengel,
op de drempel van Maria's huis.'
Reacties
Een reactie posten