slechts 1 op 10.000 volgt wérkelijk


87.3-4

Maria Valtorta:

'"Maar wanneer zal Je dan gekend zijn?"

"Door wie, Judas?"

"Maar door de wereld!"

"Nooit."

"Nooit?... Maar ben Jij niet de Verlosser?"


"Dat ben Ik.

Maar de wereld wil niet gered worden.

Alleen op een schaal van 1/1000 zal hij Mij willen kennen,

en in de mate van één tot tienduizend zal hij Mij wérkelijk volgen.

En Ik zal zelfs meer zeggen: zelfs door Mijn meest intieme vrienden zal Ik niet gekend zijn."


"Maar als het intimi zijn, zullen ze Jou toch kennen."

"Ja, Judas. Ze zullen Mij kennen als Jezus, de Jezus van Israël.

Maar ze zullen Mij niet kennen als Die die Ik ben.

Echt, Ik zeg jullie, dat Ik niet door al Mijn intimi gekend zal zijn.

Kennen... betekent liefhebben... met trouw en deugd...

en er er zijn die Mij niet kennen."


-Brede en Smalle Weg-


Jezus maakt Zijn beweging van zich neerleggende neerslachtigheid,

die Hij altijd maakt als Hij het toekomstige verraad aankondigt:

Hij opent Zijn handen en houdt ze zo, naar buiten gericht,

met een droevig gezicht dat niet kijkt,

noch naar mensen, noch naar de hemel,

maar alleen naar Zijn toekomstige lot als Verradene.


-Gods ondoorgrondelijkheid-


"Zeg dit niet, Meester," smeekt Johannes.

"Wij volgen Je om Je beter te leren kennen," zegt Simon

en de herders sluiten zich bij hem aan.


"Als een echtgenote volgen wij Je, en Je bent ons dierbaarder dan zij.

We zijn jaloerser op Jou dan op een vrouw. Oh! Nee.

We kennen Jou al zozeer dat we Jou niet langer kunnen negeren.

Hij - en Judas wijst naar Isaak - zei dat de herinnering aan Jou als pasgeborene ontkennen

gruwelijker voor hem geweest zou zijn dan zijn leven te verliezen.

En Jij was nog maar een pasgeborene!

Wij hebben jou Man en Meester!

Wij horen Jou en zien Je werken!

Jouw aanraking, Je adem, Je kus zijn onze voortdurende wijding

en onze voortdurende zuivering.

Alleen een Satan kan Jou verloochenen

nadat Hij zo intiem met Je is geweest!"


"Dat is waar, Judas.

Maar het zal er toch zijn."


"Wee hem! Ik zal zijn beul zijn!"

roept Johannes van Zebedeüs uit.


"Nee. Laat het recht aan de Vader over.

Wees zijn verlosser! De verlosser van deze ziel

die neigt naar Satan.


Maar laten we afscheid nemen van Isaak.

De avond is gekomen.

Ik zegen je, trouwe dienaar.

Je weet het dus, dat Lazarus van Bethanië onze vriend is

die al Mijn vrienden wil helpen.

Ik ga. Jij blijft.

Beploeg het uitgedroogde land van Juda!

Daarna kom Ik.

Je weet waar je Mij kunt vinden als dat nodig is.

Mijn vrede voor jou!"


En Jezus zegent en kust zijn discipel.'


25 jan.1945

Reacties

Populaire posts van deze blog

Maria wil graag Elise terugzien, haar maatje in de tempel

Martha vertelt hoe haar zus heen en weer wordt geslingerd

Maria Magdalena, serafijn nu, mag zalven en aanraken