discussie over wonderen raakt verhit
114.6
Maria Valtorta:
'Felix houdt vol
dat de heiligheid van Johannes onbetwistbaar is
en uit deze onbetwiste en onbetwistbare heiligheid trekt hij een conclusie
die niet gunstig is voor Jezus de Nazarener, de auteur van vele bekende wonderen.
Hij zegt:
"Een wonder is geen bewijs van heiligheid,
want het leven van de profeet Johannes bevat er geen.
Toch leeft niemand in Israël een leven zoals het zijne.
Bij hem geen feesten, geen vriendschappen, geen comfort.
Bij hem lijden en gevangenschap ter ere van de Wet.
Bij hem eenzaamheid, want ja, hij heeft discipelen, maar hij woont niet bij hen,
en vindt zelfs fouten in de meest eerlijke, en dondert tegen iedereen.
Terwijl... euh!
terwijl de Meester van Nazareth, hier aanwezig, weliswaar wonderen heeft gedaan,
maar ik zie dat Hij ook houdt van wat het leven te bieden heeft
en vriendschappen niet beneden Zijn waardigheid acht
en - vergeef het als een van de oudsten van het Sanhedrin U dit vertelt -
ook te gemakkelijk is om, in Naam van God, vergeving en liefde te geven,
zelfs aan bekende en in de ban gedane zondaars.
Dat moet U niet doen, Jezus."
Jezus glimlacht en zegt niets.
Lazarus antwoordt namens Hem:
"Onze almachtige Heer is meester
in het leiden van Zijn dienaren zoals en waarheen Hij dat wil.
Aan Mozes heeft Hij het wonder verleend.
Aan Aäron, Zijn eerste Pontifex, niet.
En dan? Wat is je conclusie dan?
Is de ene heiliger dan de andere?"
"Zeker," antwoordt Felice.
"Dan is Jezus de heiligste, die wonderen doet."
Felix is van slag gebracht.
Maar hij klampt zich vast aan een houvast:
"Aan Aäron was al het Pontificaat gegeven.
Dat volstond."
"Nee, vriend," antwoordt Nicodemus.
"Het Pontificaat was een missie, heilig, maar niet meer dan een missie.
Niet altijd en niet alle Pontifexen van Israël waren heiligen.
En toch waren ze Pontifex, ook al waren ze geen heiligen."
"Je wilt toch niet zeggen dat de Hogepriester een man zonder genade is!..."
roept Felix uit.
"Felix... laten we niet in het brandende vuur stappen.
Jij, ik, Gamaliël, Jozef, Nicodemus, wij allen weten veel..."
zegt degene die Johannes heet.
"Maar hoe? Maar hoe?
Gamaliël, kom tussenbeide!..."
Felix is geschokt.
"Als hij rechtvaardig is, zal hij de waarheid vertellen die jij niet wilt horen!"
zeggen de drie die fel tegen Felix zijn.
Jozef probeert de vrede te bewaren.
Jezus zwijgt en dat geldt ook voor Thomas, de Zeloot en de andere Simon, de vriend van Jozef.
Het lijkt alsof Gamaliël met de franjes van zijn gewaad speelt, maar hij kijkt omhoog naar Jezus.
"Spreek dan, Gamaliël!" roept Felix.
"Ja! Spreekt, spreek!" zeggen de drie.
"Ik zeg:
de zwakheden van de familie worden verborgen gehouden,"
zegt Gamaliël.
"Dat is geen antwoord!" roept Felice.
"Het lijkt erop dat u erkent dat er schulden zijn in het huis van de Pontifex!"
"Hij is de mond van de Waarheid", zeggen de drie.'
Reacties
Een reactie posten