eieren, brood, vis... maar Judas moppert
118.3
Maria Valtorta:
'Er verstrijkt enige tijd,
en dan komen tegelijkertijd Isaak binnen,
met een paar eieren en een mand vol geurige broden,
en Andreas met een paar vissen in een fuik.
"Hier!" zegt Isaak. "Dat stuurt de rentmeester jullie!
En hij vraagt of er nog iets nodig is. In opdracht."
"Zie je wel dat niemand van honger zal sterven?" vraagt Thomas aan Iskariot.
En dan zegt hij: "Geef mij de vis, Andreas. Wat mooi! Maar hoe bereid je die?
Ik weet niet hoe ik dat hier moet doen..."
"Ik regel het wel!" zegt Andreas, "ik ben een visser!"
en hij loopt naar een hoekje om de nog levende vis te doden
en er de ingewanden uit te verwijderen.
"De Meester komt eraan!
Hij maakte een rondrit door het dorp en de velden.
Je zult zien dat er binnenkort mensen komen: Hij heeft al een ooglijder genezen!
En overigens had ik al door deze landschappen gereisd en wisten ze..."
"Eh! Ja hoor! Ik, ik!... Al de herders...
Wij hebben, ik tenminste, een veilig leven achtergelaten
en we hebben dit en dat gedaan, maar da's allemaal niks..."
Isaak kijkt verbaasd naar Iskariot...
maar antwoordt filosofisch niets.
De anderen doen hem na...
maar van binnen koken ze.'
Reacties
Een reactie posten