in Jericho: Judas nieuwsgierig naar gesluierde vrouw
CXII
JUDAS ISKARIOT VERRAST IN JERICHO
-IN BETHANIË BIJ LAZARUS, DIE MARTHA AAN HEM VOORSTELT-
112.1
Maria Valtorta:
'De markt in Jericho,
met zijn bomen en luidruchtige verkopers.
In een hoek de belastinginner Zacheüs, vastbesloten om... legale en illegale afpersingen te plegen. Hij moet ook een beetje edelmetaal kopen en verkopen, want ik zie dat hij juwelen en voorwerpen van edelmetaal weegt en beoordeelt. Ik weet niet of die zijn geruild voor munten, bij onmogelijkheid om de belastingen op een andere manier te betalen, of dat werden verkocht voor andere doeleinden.
Nu is het de beurt aan een slanke vrouw
helemaal bedekt met een mantel, in een kleur die ergens tussen roest en grijs in zit.
Haar gezicht is bedekt met een dikke, gelige byssusdoek, waardoor je haar gezicht niet kan zien.
Alleen de slankheid van haar lichaam valt op, die ondanks de grijze mantel die haar omhult,
toch zichtbaar is.
Ze moet jong zijn, althans afgaande op het weinige dat je ziet,
namelijk een hand die even uit haar mantel tevoorschijn komt, en een gouden armband aanbiedt,
en haar voeten, geschoeid in sandalen die niet zo eenvoudig zijn,
maar voorzien van bovenleer en een vlechtwerk van leren riemen,
zodat alleen de gladde, jeugdige tenen te zien zijn,
en een klein stukje van de slanke, zeer witte enkel.
Ze houdt de armband omhoog zonder een woord te zeggen,
neemt het geld zonder protest aan, en draait zich om om te vertrekken.
Nu merk ik dat Iskariot achter haar staat en haar nauwlettend in de gaten houdt.
Wanneer ze op het punt staat weg te gaan, zegt hij iets tegen haar dat ik niet helemaal versta.
Maar ze antwoordt niet, alsof ze stom is, en verdwijnt snel in haar bundeltje kleren.
Judas vraagt aan Zacheüs: "Wie is zij?"
"Ik vraag mijn klanten nooit naar hun naam, vooral niet als ze zo inschikkelijk zijn als deze."
"Jong, toch?"
"Dat lijkt zo, ja."
"Maar is ze van Judea?"
"En wie weet?! Goud is in alle landen geel."
"Laat mij die armband eens zien."
"Wil je hem kopen?"
"Nee."
"Dan niet. Wat denk jij? Dat hij namens haar zal gaan spreken?"
"Ik wilde kijken of ik zou gaan begrijpen wie zij was..."
"Maakt het jou zoveel uit? Ben jij een helderziende? Of een geurspeurhond? Loop erachteraan, geef jezelf rust. Als ze zo is, is ze óf eerlijk en ongelukkig, óf melaats. Dus... niets mee aan te vangen."
"Ik heb geen honger naar een vrouw," antwoordt Judas minachtend.
"Misschien... Maar met een gezicht als het jouwe geloof ik het niet echt. Nou, als je niets anders meer wilt, ga dan opzij. Ik moet anderen dienen."
Judas vertrekt boos
en vraagt aan een brood- en en aan een fruitverkoper of zij de vrouw kennen
die eerder brood en appels bij hen kocht, en of zij weten waar zij woont.
Ze weten het niet. Ze antwoorden:
"Ze komt al een tijdje, elke twee of drie dagen.
Maar we weten niet waar ze woont."
"Maar hoe spreekt zij dan?" vraagt Judas.
De twee lachen en een antwoordt: "Met de tong."
Judas beledigt hen en vertrekt...'
Reacties
Een reactie posten