Jezus onthult veerman wie Hij is
111.3
Maria Valtorta:
'"Wie bent U eigenlijk?"
"Ik ben een rechtvaardige."
"Luister, ik heb U gezegd dat er maar twee in heel Israël zijn:
de ene is de Doper, de andere de Messias. Bent U dan de Messias?"
"Dat ben Ik."
"Oh! eeuwige genade!
Maar... ik hoorde op een dag een paar Farizeeën zeggen...
Laat gaan, Salomon... ik wil mijn mond niet vuil maken.
U bent niet wat zij over U verteld hebben...
Hun tongen meer gevorkt dan die van adders!"
"Ik ben het en Ik zeg u: u bent niet ver van het Licht!
Dag, Salomon! Vrede zij met u!"
"Waar gaat U heen, Heer?"
De man is verbijsterd door de onthulling en slaat een heel andere toon aan.
In het begin was hij een goedhartige prater, nu is hij een gelovige aanbidder.
"Via Jericho naar Jeruzalem. Ik ga naar het Loofhuttenfeest."
"In Jeruzalem? Maar... U ook?"
"Ik ben ook een zoon van de Wet. Ik hef de Wet niet op.
Ik geef jullie licht en kracht om haar op volmaakte wijze te volgen."
"Maar Jeruzalem haat U al!
Ik bedoel: de groten, de Farizeeën van Jeruzalem.
Ik zei toch dat ik hen hoorde..."
"Laat ze maar doen. Zij doen hun plicht,
wat zij als hun plicht beschouwen.
Ik doe mijn eigen ding.
Voorwaar, Ik zeg u:
zolang het niet het uur is, zullen zij niets doen."
"Welk uur, Heer?"
vragen de discipelen en de schipper.
"Het uur van de Triomf over de Duisternis."
"Zult U leven tot aan het einde van de wereld?"
"Nee. Er zal een duisternis zijn, nog gruwelijker
dan die van de uitgedoofde sterren en van onze planeet, dood met al haar mensen.
En dat zal zijn, wanneer mensen het Licht dat Ik ben, zullen verstikken.
In velen ís die misdaad al gepleegd.
Dag, Salomon!"
"Ik volg U, Meester."
"Nee. Kom over drie dagen naar de Beth-Midrasj!
Vrede zij met u!"'
Reacties
Een reactie posten