Jozef van Arimathea goed voor arbeiders
CXIV
OP HET GASTMAAL van JOZEF van ARIMATHEA
-GAMALIËL en NICODEMUS ZIJN ER OOK-
114.1
Maria Valtorta:
'Arimathea is nog steeds bergachtig.
Ik weet niet waarom, maar ik stelde me voor dat het in de vlakte lag.
In plaats daar-van ligt het in de bergen, hoewel die al aflopen naar de vlakte
die vruchtbaar lijkt, bij sommige bochten in de weg naar het westen toe,
en aan de horizon verdwijnt, op deze novembermorgen,
in een lage mist die net een eindeloze watervlakte is.
Jezus is
met Simon en Thomas.
Er zijn geen andere apostelen bij Hem.
Ik heb de indruk dat hij de effecten van te benaderen types verstandig afstemt
en, afhankelijk van de omgeving, die types meeneemt die geaccepteerd kunnen worden
zonder de gast al te veel te schokken. [...]
Ik hoor ze praten over Jozef van Arimathea,
en Thomas, die hem wellicht heel goed kent, illustreert de grote en prachtige bezittingen
die zich over de berg uitstrekken, vooral aan de kant van Jeruzalem,
aan de weg die van de hoofdstad naar Arimathea loopt
en deze plaats vervolgens verbindt met Joppe/Jaffa.
Ik hoor hem dat zeggen, en Thomas prijst ook de velden
die Jozef heeft langs de wegen in de vlakte.
"Maar hier worden de mensen tenminste niet als beesten behandeld!
Oh! Die Doras!" zegt Simon.
Inderdaad zijn de arbeiders hier goed gevoed en goed gekleed,
en ze hebben de tevreden uitstraling van mensen die het goed maken.
Ze groeten elkaar wederzijds met respect,
want zij weten duidelijk al wie die lange, knappe man is
die daar door het landschap van Arimathea loopt
naar het huis van hun meester.
Ze slaan Hem gade,
terwijl ze zachtjes onder elkaar praten.'
Reacties
Een reactie posten