Judas terug bij de groep, op weg naar Bethanië
112.2
Maria Valtorta:
'En hij valt, Judas,
precies in het midden van de groep van Jezus en zijn volgelingen,
die brood en voedsel komen kopen voor hun dagelijkse maaltijd.
De verbazing is wederzijds en... niet erg enthousiast.
Jezus zegt alleen: "Ben jij hier?"
En terwijl Judas iets mompelt, barst Petrus in een luide lach uit en zegt:
"Kijk, ik ben blind en ongelovig. Ik zie geen wijngaarden.
En ik geloof niet in wonderen."
"Wat zeg jij?" vragen twee of drie leerlingen.
"De waarheid, zeg ik. Hier zijn geen wijngaarden.
En ik kan niet geloven dat Judas hier, in dit stof, mij dat verkoopt,
alleen maar omdat hij een leerling van de Rabbi is."
"De druivenoogst is al lang voorbij," antwoordt Judas hard.
"En Keriot ligt vele kilometers verderop," besluit Petrus.
"Jij valt me meteen aan. Je bent me vijandig gezind."
"Nee. Ik ben minder dom dan je zou willen."
"Genoeg!" beveelt Jezus.
Maar Hij is streng.
Hij wendt zich tot Judas:
"Ik had niet gedacht dat Ik jou hier zou zien.
Ik had je eerder in Jeruzalem verwacht, vanwege het Loofhuttenfeest."
"Ik ga er morgen heen. Ik wachtte hier op een vriend van de familie die..."
"Stop alsjeblieft."
"Geloof Je me niet, Meester? Ik zweer Je dat ik..."
"Ik heb je niets gevraagd en Ik verzoek je om niets te zeggen. Je bent hier. Dat is genoeg.
Ben je van plan om met ons mee te gaan? Of heb je nog zaken te regelen?
Antwoord zonder na te denken!"
"Nee... ik ben klaar. Gezien die ene niet komt,
ga ik naar Jeruzalem voor het feest.
En waar ga Jij heen?"
"Naar Jeruzalem."
"Vandaag nog?"
"Vanavond ben ik in Bethanië."
"Bij Lazarus?"
"Bij Lazarus."
"Dan ga ik ook mee."
"Ja, kom maar mee tot Bethanië.
Daar zullen Andreas, Jakobus van Zebedeüs, en Thomas naar Gethsemane gaan,
om alles voor te bereiden en op ons allen te wachten.
Jij zult met hen meegaan...
Jezus benadrukt Zijn woorden zo sterk dat de man niet reageert.
"En wij?" vraagt Petrus.
"Jij, mijn neven, en Matteüs zullen gaan waar Ik jullie heen stuur, om 's avonds terug te keren.
Johannes, Bartholomeüs, Simon en Filippus zullen bij Mij blijven,
t.t.z. zij zullen naar Bethanië gaan om aan te kondigen dat de Rabbi is gekomen,
en op het negende uur [15u] met hen zal spreken."'
Reacties
Een reactie posten