te veel contact met heidenen, zegt Iskariot...
116.2
Maria Valtorta:
"En trouwens... het is niet erg goed
om gezien te worden terwijl je met de Romeinen praat," zegt Filippus.
"Ze beschuldigen ons er al van Galileeërs te zijn en daarom minder 'zuiver' dan de Judeërs.
En dat al bij geboorte... Daarnaast beschuldigen ze ons ervan dat we vaak stoppen in Tiberias,
een ontmoetingsplaats voor heidenen, Romeinen, Feniciërs, Syriërs... En bovendien...
oh! van hoeveel dingen beschuldigen ze ons wel niet!"
"Je bent goed, Filippus, en verbergt de hardheid van de waarheid die je uitspreekt.
Maar zonder die sluier is het deze: van hoeveel dingen ze Mij wel niet beschuldigen!"
zegt Jezus, die tot dan toe had gezwegen.
"Ze hebben tenslotte niet helemaal ongelijk.
Te veel contact met de heidenen," zegt Iskariot.
"Denk jij dat alleen diegenen heidenen zijn
die de Wet van Mozes niet kennen?" vraagt Jezus.
"En wie nog meer dan?"
"Judas!...
Kunt jij zweren bij onze God, dat er geen heidendom in jouw hart is?
En kun jij zweren dat de meest vooraanstaande Israëlieten dat niet in zich hebben?
"Maar, Meester... ik weet het niet van de anderen...
maar ik... ik kan bij mezelf zweren..."
"Wat is volgens jou heidendom?"
vraagt Jezus door.
"Maar dat is het volgen van een valse religie, het aanbidden van goden,"
antwoordt Judas heftig.
"Dewelke zijn...?"
"De goden van Griekenland en Rome, die van Egypte...
kortom, de goden met duizenden namen en van niet-bestaande personen
die volgens de heidenen hun Olympossen vullen."
"Is er geen enkele andere god?
Alleen deze Olympische?"
"En welke andere dan? Zijn dit er niet al veel te veel?"
"Te veel. Ja, te veel. Maar er zijn er andere!
En bij hun altaren wordt door ieder mens wierook gebrand.
Zelfs door de priesters, schriftgeleerden, rabbijnen, Farizeeën, Sadduceeën, Herodianen,
door alle mensen van Israël, is het niet? En niet alleen door hen, zelfs door mijn leerlingen."
"Ah! nee, dit niet!" zeggen ze allemaal.
"Nee? Vrienden...
wie van jullie heeft niet een of andere geheime cultus?
De ene voor schoonheid en elegantie.
De andere is trots op zijn kennis.
Nog een andere wekt de hoop om groot te worden, menselijk gesproken.
En weer een ander aanbidt de vrouwtjes.
Een andere het geld...
Nog iemand werpt zich neer voor zijn kennis...
enzovoort.
Voorwaar, Ik zeg jullie:
er is geen mens die niet in afgoderij is verzonken.
Hoe kunnen we dan de heidenen minachten, uit ongeluk,
wanneer jullie, ook al ben je bij de ware God, heidenen blijven uit vrije wil?
"Maar wij zijn mensen, Meester!" roepen velen uit.
"Dat is waar. Maar dan...
heb dan naastenliefde voor iedereen.
Want Ik ben voor iedereen gekomen
en jullie zijn niet groter dan Ik."
"Maar intussen doen ze beschuldigingen tegen ons
en Jouw Missie wordt gedwarsboomd!"
"En toch gaat ze door!"'
Reacties
Een reactie posten