vertrappeld jongetje in tempel naar Jezus gebracht

CXV

GENEZING VAN EEN KIND VERTRAPPELD DOOR EEN PAARD

-JEZUS WORDT UIT DE TEMPEL VERDREVEN-

115.1

Maria Valtorta:

'Het interieur van de tempel.

Jezus is met Zijn volgelingen heel dicht bij de Tempel zelf,

t.t.z. bij de Heilige Plaats waar alleen de priesters mogen komen.

Het is de prachtige binnenplaats, toegankelijk via een atrium,

vanwaar men - via een andere, nog rijkere voorhof - naar het hoge terras gaat,

waarop de kubus van de Heilige staat.

Het heeft geen zin! Zelfs als ik de Tempel duizend keer zou zien en tweeduizend keer zou beschrijven, zou ik, zowel vanwege de complexiteit van de plaats als vanwege mijn onwetendheid over de namen en mijn onvermogen om een ​​grafiek te maken, altijd onvolledig zijn in het beschrijven van deze pompeuze en doolhofachtige plek...


Het lijkt alsof ze bidden.

Ook veel andere Israëlieten, allemaal mannen, zijn daar

en bidden, ieder voor zich.


De avond valt vroeg

op een loodzware novemberdag.



Plots ophef, waarin een extreem luide en verontruste mannenstem te horen is,

die ook vloekt in het Latijn, vermengd met schelle en hoge Hebreeuwse stemmen.

Het klinkt als de commotie bij een gevecht, en een hoge vrouwenstem roept:

"Oh! Laat hem toch door! Hij zegt dat Hij hem zal kunnen redden!"


De rust van de weelderige binnenhof is verstoord.

Vele hoofden draaien zich om naar de plek waar de stemmen vandaan komen.

En ook Judas Iskariot, die mee met de discipelen is, keert zich om.


Lang als hij is, kan hij het zien en zegt:

"Een Romeinse soldaat, die vecht om binnen te komen!

Hij schendt... hééft de heilige plaats al geschonden!

Verschrikkelijk!"


Velen zijn het met hem eens.


“Laat mij passeren, jullie Joodse honden!

Hier is Jezus, ik weet het! Ik wil Hem!

Met jullie stomme stenen zou ik niet weten wat te doen.

Het kind sterft en Hij kan het redden. Weg jullie! Hypocriete hyena’s..."


Jezus, die toen Hij begreep dat Hij nodig was,

onmiddellijk naar het atrium liep waar het gevecht woedde,

bereikt het en roept: "Rust en eerbied op deze plaats!

En voor het uur van het offer!"


"Oh! Jezus! Wees gegroet! Ik ben Alexander.

Maak plaats, honden!"


En Jezus herhaalt kalm:

"Ja, maak plaats. Ik zal de heiden ergens anders heen leiden.

Hij weet niet wat deze plek voor ons is."


De kring wordt verbroken en Jezus bereikt de soldaat,

wiens harnas onder het bloed zit.


"Ben jij gewond? Kom, je kunt hier niet blijven!"

En Hij leidt hem over de binnenplaats en verder.


"Ik ben niet gewond, een jongetje...

Mijn paard, vlakbij de Antonia, sloeg op hol en reed hem omver. Zijn hoeven hebben het kind een gat in het hoofd geslagen. Proculus zei: 'Niets aan te doen!' Ik... het is niet mijn schuld... maar het is wel door mij gebeurd, en de moeder is er wanhopig!... Ik zag U voorbijkomen... en hierheen gaan... Ik zei: 'Proculus niet, nee, maar Deze wel!'... Ik zei: 'Mevrouw, kom, Jezus zal hem genezen!'... Die idioten hielden mij tegen! En misschien is het kind nu al dood!"

"Waar is het?" vraagt ​​Jezus.

"Onder die zuilengalerij, op de schoot van zijn moeder!" antwoordt de soldaat,

die ik al eens bij de Vispoort heb gezien.


"Laten we gaan!"

En Jezus loopt nog sneller,

gevolgd door Zijn mannen en een menigte mensen.'


22 feb.1945

Reacties

Populaire posts van deze blog

Maria Magdalena, serafijn nu, mag zalven en aanraken

Martha vertelt hoe haar zus heen en weer wordt geslingerd

de geest - in íeder mens - snakt naar de hemel