aankomst in Bethanië, glimp van Magdalena
CXXXV
AANKOMST IN BETHANIË
-TOESPRAAK VAN JEZUS GEHOORD DOOR MAGDALENA-
135.1
Maria Valtorta:
'Wanneer Jezus, na de laatste klim te hebben overwonnen, de hoogvlakte bereikt...
ziet Hij Bethanië, lachend in de decemberzon, waardoor het verlaten landschap minder treurig wordt, en de groene plekjes die her en der door de cipressen, eiken en johannesbroodbomen worden gecreëerd minder somber ogen, en gelijken op hovelingen, die een heel hoge palmboom willen omarmen, een echte koninklijke boom, die alleen in de mooiste tuinen staat.
Want in Bethanië is niet alleen het prachtige huis van Lazarus. Er zijn ook andere woningen van rijke mensen, wellicht inwoners van Jeruzalem die hier graag wonen, in de buurt van hun eigendommen, en die hun grote en prachtige villa's met goed onderhouden tuinen laten opvallen boven de huizen van de dorpelingen.
En het is vreemd om op een heuvelachtige plek nog palmbomen te zien die aan het Oosten doen denken, met hun slanke stam en de harde, ritselende pluk bladeren achter wiens jadegroen je instinctief het eindeloze geel van de woestijn opzoekt.
In plaats daarvan zijn er op de achtergrond zilvergroene olijfbomen en geploegde velden te zien, waar nu nog geen spoor van tarwe te bekennen is. Ook zijn er kale boomgaarden met donkere stammen en verwarde takken, alsof het zielen zijn die kronkelen in helse martelingen.
Meteen ziet Hij ook een dienaar van Lazarus op wacht staan.
Die begroet Hem hartelijk en vraagt toestemming om het nieuws van Zijn aankomst aan zijn meester over te mogen brengen. Nadat hij toestemming heeft gekregen, vertrekt hij onmiddellijk.
Ondertussen haasten boeren en burgers zich om de rabbi te begroeten. En vanuit een laurierhaag, die een prachtig huis met zijn geurige groen omringt, verschijnt een jonge vrouw, die zeker geen Israëlitische is.
Haar peplos of, als ik me de namen goed herinner, haar stola (lang tot het punt dat het een korte sleep vormt, breed, gemaakt van zachte, witte wol, opgevrolijkt door een volant geborduurd in Griekse stijl met felle kleuren waarin gouden draden schitteren, aan de taille vastgemaakt met een riem die identiek is aan de volant) en ook haar hoofdkapsel (een goudkleurig haarnetje, dat een ingewikkeld kapsel op z'n plaats houdt met krullen aan de voorkant en dan glad, eindigend in een grote bos in de nek) doen mij denken dat het een Griekse of een Romeinse is.
Ze kijkt nieuwsgierig, want de trillende kreten van de vrouwen en de hosanna's van de mannen verleiden haar om te kijken. Dan glimlacht ze minachtend, als ze ziet dat die rechtstreeks naar een arme man gaan, die niet eens een ezel heeft om mee te gaan, en die tussen een groepje leeftijdsgenoten loopt, die allemaal nog minder aantrekkelijk zijn dan hij.
Ze haalt haar schouders op en loopt verveeld weg, gevolgd als door honden door een groep veelkleurige steltlopers, waaronder witte ibissen en veelkleurige flamingo's, en twee vurige grielen met een trillende kroon op hun kop die van zilver lijkt te zijn, het enige wit van hun prachtige gouden vlamveren.
Jezus kijkt haar een moment aan en luistert dan weer naar een oude man die... wenste dat hij niet de zwakke benen had die hij nu heeft. Jezus streelt hem en spoort hem aan om... geduld te hebben, want de lente komt eraan en met de prachtige zon in april zal hij zich sterker voelen.'
Reacties
Een reactie posten