drie terug van Jeruzalem, met brief van Maria
133.3
Maria Valtorta:
'Ze eten nog steeds,
en hebben de lampen al aangestoken
- want de avond valt heel snel en zelfs de kou raadt aan de deur gesloten te houden -
wanneer er op de deur wordt geklopt en de vrolijke stem van Johannes te horen is.
"Welkom terug!"
"Dat hebben jullie snel gedaan!"
"Wat is er dan?"
"Wat zijn jullie zwaargeladen!"
Allen praten door elkaar, en helpen de drie
om zich te bevrijden van de zware tassen die ze op hun schouders dragen.
"Langzaam!"
"Laten we eerst de Meester groeten."
"Hé wacht even!"
Er ontstaat een vrolijke, vertrouwde drukte,
uit vreugde om weer samen te zijn.
"Gegroet, vrienden. God heeft jullie vredige dagen gegeven."
"Zeker, Meester. Maar geen vredig nieuws. Ik voorzag het!" zegt Iskariot.
"Wat is er? Wat is er?..." Nieuwsgierigheid wordt gewekt.
"Laat hen eerst verkwikt worden," zegt Jezus.
"Nee, Meester. Eerst geven we U wat we voor U en voor de anderen hebben.
En allereerst... Johannes, geef de brief!"
"Simon heeft hem. Ik was bang dat ik hem bij het laden zou beschadigen."
De Zeloot, die tot dan toe in gevecht was met Thomas
die hem water wilde geven voor zijn vermoeide voeten,
rent naar voren en zegt: "Ik heb hem hier, in mijn heuptasje!"
En hij opent het binnenzakje van zijn brede roodleren riem
en haalt er een nu platte rol uit.
"Hij is van Je Moeder!
Toen we in de buurt van Bethanië waren, ontmoetten we Jonathan,
die met de brief en nog veel meer spullen naar Lazarus ging.
Jonathan gaat naar Jeruzalem omdat Chuzas zijn paleis op orde brengt...
Misschien gaat Herodes naar Tiberias... en Chuzas wil zijn vrouw niet bij Herodias!"
legt Iskariot uit, terwijl Jezus de knopen van de boekrol losmaakt en hem ontrolt.
De apostelen fluisteren,
terwijl Jezus de woorden van Zijn Moeder
met een gelukzalige glimlach leest.'
Reacties
Een reactie posten