leerlingen blij om vele wintergeschenken, Jezus droevig
133.6
Maria Valtorta:
'"Maar laten we eens kijken naar het werk van vrouwen!"
Maar terwijl iedereen met blijde ogen en vrolijke stemmen
de pakketten met kleren, sandalen en eten van de moeders en vrouwen uit hun tassen haalt
en probeert om Jezus te interesseren voor zo'n grote Genade van God,
blijft Hij verdrietig en afgeleid.
Hij leest en herleest de brief van Zijn Moeder.
Hij heeft zich teruggetrokken met een klein lampje in de hoek die het verst van de tafel staat,
waarop kleren, appels, metalen potten en kaas staan, en met één hand over zijn ogen
lijkt het alsof Hij mediteert, maar Hij lijdt.
"Maar kijk, Meester, mijn arme bruid!
Wat een prachtig kleed en wat een mantel met capuchon heeft zij voor mij gemaakt!
Wie weet hoe hard ze heeft gewerkt, want ze is niet zo deskundig als Jouw moeder,"
zegt Petrus, terwijl hij zich verheugt met zijn armen beladen met schatten.
"Prachtig, ja, prachtig! Zij is een goede vrouw," zegt Jezus vriendelijk.
Maar met Zijn Ogen ver weg van de getoonde dingen.
"Voor ons maakte mama twee dubbelgeweven gewaden. Arme mama!
Vind je ze mooi, Jezus? En het is een mooie kleur, toch?"
zegt Jakobus van Zebedeüs.
"Heel mooi, Jakobus. Het zal je goed staan!"
"Kijk. Ik wed dat Jouw Moeder deze riemen heeft gemaakt. Zij is het die zo borduurt.
En ik zeg ook dat Zij deze dubbele sluier maakte, om jete beschermen tegen de zon.
Het is hetzelfde als die van Jou. Het gewaad niet. Dat heeft beslistonze moeder geweven.
Arme mama! Door al het gehuil van de afgelopen zomer, ziet ze nu slecht
en breekt de draad vaak. De lieverd!"
En Judas van Alfeüs kust het zware, roodbruine gewaad.'
Reacties
Een reactie posten