Anna-Lea bekent haar liefde, sinds haar genezing
156.3
Maria Valtorta:
'"Vrede zij met je, meisje."
"Vrede... Heer..."
Het meisje, zeer geëmotioneerd, blijft sprakeloos,
maar knielt neer, met haar hoofd naar de grond.
"Sta op. Wat wil je van Mij? Wees niet bang..."
"Ik ben niet bang... maar... nu ik voor U sta... nadat ik er zo naar had verlangd... alles wat me makkelijk leek, nodig om U te vertellen... kan ik het niet meer vinden... het lijkt me niet meer juist... ik ben dwaas... vergeef me, mijn Heer..."
"Vraag je om genade voor de aarde? Heb je een wonder nodig? Zijn er zielen die bekeerd moeten worden? Nee? Wat dan? Komaan, praat! Je had zoveel moed, en nu heb je die niet meer? Weet je niet dat Ik het ben, die kracht vermeerdert? Ja? Weet je dat? Wel, spreek dan, alsof Ik een vader voor je ben... Je bent jong... Hoe oud ben je?"
"Zestien, mijn Heer."
"Waar kom je vandaan?"
"Uit Jeruzalem."
"Hoe heet je?"
"Anna-Lea..."
"De dierbare naam van Mijn grootmoeder! En vele andere heilige vrouwen van Israël! En daarmee verbonden, om er één naam van te maken, die van de goede, trouwe, liefhebbende en zachtmoedige vrouw van Jakob [Lea...]. Hij zal je geluk brengen!... Je zult een voorbeeldige vrouw en moeder zijn. Nee? Schud je je hoofd? Ben je aan het huilen? Ben je misschien afgewezen? Niet eens? Is de man die aan jou beloofd is gestorven? Of ben jij nog niet uitgekozen?..."
Het jonge meisje schudt voortdurend haar hoofd.
Jezus zet een stap naar voren, liefkoost haar
en dwingt haar haar hoofd op te tillen en naar Hem te kijken...
Jezus' glimlach overstemt de opwinding van het meisje.
Ze vat moed.
"Mijn Heer, ik zou een gelukkige bruid zijn, en dat dankzij U.
Herkent u mij niet, mijn Heer? Ik ben de patiënte met tuberculose,
de stervende verloofde die U genas, door het gebed van Uw Johannes!
Na Uw genade... kreeg ik een ander lichaam, dit gezonde lichaam
in plaats van het lichaam dat ik eerder had, stervende.
En ik kreeg een andere ziel... ik weet het niet.
Ik voelde mij niet langer dezelfde...
De vreugde van de genezing, de zekerheid dus dat ik kon trouwen...
– het was mijn spijt tijdens het sterven, van niet te kunnen trouwen –
...dat duurde slechts de eerste paar uur. En toen..."
Het jonge meisje wordt steeds openhartiger,
ze herontdekt de woorden en ideeën, verloren in de chaos van het alleen zijn met de Meester...
"...En toen voelde ik, dat ik niet alleen maar egoïstisch moest zijn, enkel 'Nu zal ik gelukkig zijn!'...
maar dat ik aan nog iets anders moest denken, en dat aan U en God, Uw en mijn Vader, toekwam.
Iets kleins, maar waaruit zou blijken dat ik dankbaar was.
Ik heb er lang over nagedacht,
en toen ik mijn verloofde de volgende sabbat zag, zei ik tegen hem:
"Luister, Samuel. Zonder het wonder, was ik binnen een paar maanden gestorven, en was je me voor altijd kwijtgeraakt. Nu wil ik God een offer brengen, samen met jou, om Hem te zeggen dat ik Hem prijs en dank."
En Samuel zei meteen, omdat hij van mij hield: "Laten we samen naar de tempel gaan om het offer te brengen!"
Maar dat wilde ik niet.
Ik ben arm en uit het gewone volk, mijn Heer.
Ik weet weinig en ik kan nog minder.
Maar door Uw hand, gelegd op mijn zieke borst, kwam er iets...
niet alleen in mijn verroeste longen, maar ook in mijn hart.
Gezondheid in de longen, en wijsheid in het hart.
En ik begreep dat het offer van een lam...
niet het offer was dat mijn geest wenste...
die... die van U houdt."
Het meisje is stil, blozend,
na haar liefdesverklaring.'
Reacties
Een reactie posten