Anna-Lea allereerste non
156.7
Maria Valtorta:
'"Petrus, Andreas en Johannes kijken Hem vragend aan.
En het stralende gezicht van Jezus vertelt hun dat Hij blij is.
Petrus kan het niet laten en vraagt:
"Met wie hebt Je zo lang gesproken, mijn Meester?
En wat hoorde Je dan dat Je zo vrolijk maakte?"
"Met een vrouw aan de vooravond van haar leven.
Met die die de dageraad zal zijn van velen die nog komen."
"Zijnde?"
"De maagden."
Andreas mompelt zachtjes in zichzelf: "Zij was het niet..."
"Nee. Het is niet die. Maar word niet moe van het bidden, geduldig en goed.
Ieder woord van jouw gebed is als een herinnering, een licht in de nacht,
en het ondersteunt en begeleidt haar."
"Maar op wie wacht mijn broer dan?"
"Op een ziel, Petrus. Een grote ellende...
die hij in grote rijkdom wil omzetten."
"En waar heeft Andreas die gevonden,
hij die nooit beweegt, nooit spreekt, nooit initiatief neemt?"
"Op Mijn pad.
Kom met Me mee, Andreas.
Laten we naar Alfeüs gaan om hem te zegenen, te midden van zijn vele kleinkinderen.
Wachten jullie op Mij, in het huis van Jakobus en Judas.
Mijn moeder moet de hele dag met rust gelaten worden."
En zo verdergaand, sommigen hier-, anderen daarheen, omhult het geheim
de vreugde van de eerste die zich aan de maagdelijkheid wijdde
uit liefde voor de Christus.'
Reacties
Een reactie posten